Het kabinet begint in februari een campagne om nepnieuws tegen te gaan. Het gaat om een bewustwordingscampagne waardoor burgers bewust ingestoken desinformatie moeten herkennen.

Dat zegt minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren in een Kamerbrief. Ze schrijft dat de campagne bedoeld is om burgers beter bekend te maken met wat nepnieuws is en hoe zij het kunnen herkennen.

Bij de campagne moet "de vrijheid van meningsuiting en de onafhankelijkheid van de pers vooropstaan", schrijft Ollongren.

Het kabinet begint de campagne in februari. Dat is bewust gedaan omdat dat de periode vóór de Provinciale Staten- en Europees Parlementsverkiezingen is. Ollongren verwijst ook naar eerdere verkiezingen en naar de Brexit, waarbij het debat werd overspoeld met "desinformatie en trollen".

Onderzoek naar sociale media en zoekmachines

Het kabinet gaat daarnaast een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van sociale media en zoekmachines tijdens de aankomende verkiezingen.

In de campagne is aandacht voor onder meer mediawijsheid op scholen en de "ontwikkeling van technologisch burgerschap". Hoe dat precies gaat gebeuren, laat de minister later deze maand weten.

Tot nu toe heeft nepnieuws in Nederland nog geen grote impact gehad, schrijft Ollongren. Dat zou met name komen door "het sterke Nederlandse medialandschap", blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut