Google bestaat dinsdag twintig jaar. In de afgelopen twee decennia is het bedrijf uitgegroeid van een kantoor in een garage in Silicon Valley tot een van de grootste internetbedrijven ter wereld. Hoeveel macht heeft het bedrijf nu eigenlijk?

Google staat al lang niet meer alleen bekend om zijn zoekmachine. Het bedrijf is eigenaar van videoplatform YouTube, maakt het besturingssysteem Android en beheert diensten zoals Google Maps en Gmail. Het moederbedrijf Alphabet, voortgevloeid uit Google, houdt zich ook bezig met drones, slimme apparaten voor in huis, zelfrijdende auto's, gezondheidszorg en kunstmatige intelligentie.

Vrijwel alles wat Google doet, staat direct of indirect in dienst van zijn advertentietak. Door met zijn diensten gebruikersdata te verzamelen, probeert het bedrijf te voorspellen wat mensen interesseert, om hen vervolgens gerichte reclame te laten zien.

'Google is onopgemerkt onmisbaar geworden'

Dat de invloed van Google groot is, blijkt uit het marktaandeel dat verschillende diensten van het bedrijf de afgelopen jaren hebben verworven. De zoekmachine heeft in Europa ruim 90 procent van de markt in handen. Android, het besturingssysteem voor smartphones, heeft wereldwijd een marktaandeel van ruim 80 procent.

"De afgelopen twintig jaar is Google bijna onopgemerkt onmisbaar geworden", zegt Natali Helberger, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam. "Wie kan zich nog een internet zonder Google voorstellen? We gebruiken Google als we een restaurant willen vinden, de juiste route zoeken en als we via Gmail met elkaar communiceren."

Waar een bedrijf een dominante positie heeft, ligt misbruik van die macht op de loer. In het afgelopen jaar concludeerde de Europese Commissie dat Google met zowel zijn zoekmachine als besturingssysteem Android misbruik maakt van zijn machtspositie, ten nadele van de concurrentie. Het leverde het bedrijf in een paar maanden tijd twee keer een recordboete op.

In juni 2017 besloot de Europese Commissie dat het bedrijf 2,4 miljard euro moest betalen voor oneerlijk gebruik van prijsvergelijker Google Shopping in zijn zoekmachine. Prijsvergelijkers van andere bedrijven waren minder prominent zichtbaar, waardoor Googles variant een voordeel had ten opzichte van de concurrentie.

In juli 2018 volgde een tweede boete, ditmaal van 4,3 miljard euro. Deze werd opgelegd omdat Google afnemers van Android dwong om de Google-app en de app van zijn internetbrowser Chrome op smartphones te installeren.

De boetes zijn het resultaat van het feit dat Google door Europa met argusogen wordt bekeken. Toch benadrukte Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging) begin dit jaar dat een machtspositie niet altijd hoeft te betekenen dat consumenten slechter af zijn.

"Dat is de reden dat we (de Europese Commissie, red.) nooit bezwaar hebben gemaakt tegen het succes van Googles zoekmachine", zei ze over het Europese marktaandeel van ruim 90 procent. "Het succes (van de zoekmachine, red.) betekent niet dat de markt niet werkt. Integendeel. Het betekent dat bedrijven die innoveren en concurreren daarvoor beloond worden."

'Invloed Google reikt verder dan economische macht'

Naast zijn economische sterke positie heeft Google met zijn diensten door de jaren heen ook een maatschappelijke positie verworven. "Het bedrijf heeft invloed op allerlei maatschappelijke thema's, zoals democratie, grondrechten en hoe we als mens meedoen in de maatschappij", zegt Anna Gerbrandy, hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Wie informatie op het internet wil vinden, doet dat inmiddels door te googelen - een werkwoord dat al sinds 2005 in de Van Dale staat. Bedrijven en politici die hun boodschap willen verkondigen, kunnen kiezen voor advertenties via YouTube. En wie zijn eigen stem op sociale media zoals YouTube en Blogger wil laten horen, moet zich houden aan de richtlijnen van het internetbedrijf.

Daarmee is Google op een bepaalde manier inmiddels onderdeel geworden van onze digitale infrastructuur, zegt Helberger. Het bedrijf zou volgens haar ook de bijbehorende maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten dragen.

"YouTube is bijvoorbeeld heel prominent in de verspreiding van politieke reclame. Daardoor is het bedrijf in de positie om mensen te beïnvloeden. Traditionele media zijn gebonden aan strenge regelgeving om neutraliteit in acht te nemen. Dat ontbreekt bij YouTube. We weten niet welke partijen invloed uitoefenen op onze kiezers."

"We moeten ervoor waken dat we als maatschappij niet te afhankelijk worden van een aantal Amerikaanse bedrijven", zegt de hoogleraar informatierecht. Een bedrijf zoals Google wordt uiteindelijk gedreven door commerciële belangen en hoeft aan niemand verantwoording af te leggen, behalve aan zijn aandeelhouders. "Dat is volstrekt legitiem voor een commercieel bedrijf. Maar dit moeten we ons wel blijven realiseren: het werk van Google dient geen publieke waarden, maar vooral advertentie-inkomsten. Dat kan gaan botsen."

'Lastig aan te tonen wanneer Google te machtig is'

Het is de vraag of de Europese mededingingsautoriteit Google aan kan pakken als het op maatschappelijk gebied misbruik van zijn machtspositie vermoedt. In de gebruikelijke zin richt mededingingsrecht zich op economische macht. Toch is volgens Gerbrandy niet uitgesloten dat Eurocommissaris Vestager op een andere manier naar Google gaat kijken.

"Je zou inderdaad kunnen zeggen dat het mededingingsrecht zich alleen richt op economische macht. Ik sta daar iets genuanceerder in. Als Europa geen andere manieren heeft om machtsmisbruik aan te pakken, vind ik het niet zo gek om daar het mededingingsrecht op los te laten."

Mocht Vestager zich inderdaad beroepen op het mededingsingsrecht, dan bevindt de Europese Commissie zich op nog onontgonnen terrein. De vervolgvraag is dan of de aanpak van Vestager goed uitpakt voor waar het in het mededingingsrecht om draait: het bevorderen van de consumentenwelvaart.

"Ook daar kun je verschillend over denken", zegt Gerbrandy. Stel dat Google door Europa wordt beperkt in het verzamelen van persoonlijke data van gebruikers. In dat geval is het mogelijk dat Google inkomsten misloopt, maar misschien ook zijn diensten minder goed kan aanbieden. "De vraag is dan: is dat slecht voor de consument, of niet? Dat hangt van je defeinitie af. Dat Google minder data zou mogen verzamelen, is misschien slecht voor de consument, maar in het kader van de privacy goed voor de Europese burger."

Omdat het mededingingsrecht kijkt naar het gebruik van diensten – en niet naar het bedrijf zelf – is het niet eenvoudig aan te merken wanneer Google als bedrijf te machtig zou worden. Toch bevinden we ons volgens Helberger op een cruciaal punt. "Als je op het internet iets wil doen, en je eerste ingeving daarvoor is om een Google-dienst te gebruiken, denk ik dat de tijd rijp is om ons niet alleen zorgen te maken, maar ook na te denken over de oplossingen."

"Ook als gebruiker moeten we ons bewuster gedragen. Ik pleit er niet voor dat iedereen nu moet stoppen met het gebruik van Google-diensten. Het bedrijf maakt heel gave producten die ongelofelijk goed werken, maar wees je ervan bewust dat er ook andere producten zijn die goed werken."