Een meerderheid van de Eerste Kamer heeft ingestemd met de wet Computercriminaliteit III, die ook bekendstaat als de 'terughackwet'. In december 2016 ging de Tweede Kamer akkoord met de wet.

Daarmee is de laatste grote drempel voor de wet weggenomen. SGP, ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, de Onafhankelijke Senaatsfractie en D66 stemden allemaal in met de vernieuwde wet.

De wet Computercriminaliteit III geeft politieagenten de bevoegdheid om computers van verdachten in strafonderzoeken te hacken. Het gaat daarbij om misdaden waar minstens vier jaar straf voor gegeven kan worden.

Noodzakelijk kwaad

"De uitbreiding van bevoegdheden is een noodzakelijk kwaad", stelde Kamerlid Annelien Bredenoord (D66) vlak voor de stemming. "Deze vraagt om strikte checks and balances. De proportionaliteit moet blijvend beoordeeld worden."

Bredenoord diende ook een motie in waarin staat dat de Eerste Kamer mogelijke wijzigingen in de handhaving van de wet onder ogen moet krijgen. De volledige Eerste Kamer stemde voor de motie.

Tegen

Leden van de fracties GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50PLUS, SP en de PVV stemden tegen de nieuwe wet, maar hadden daarmee onvoldoende stemmen om een meerderheid te behalen.

Volgens Arda Gerkens van SP bevat de wet "broodnodige wijzigingen waar de fractie voor is, maar geeft deze ook verregaande bevoegdheden met onvoldoende waarborgen". Daarom stemde de partij tegen.

Een motie van Tineke Strik (GroenLinks) werd afgewezen. Zij stelde voor een onafhankelijke toetsingscommissie in te stellen die moet beoordelen waar gehackt moet worden.