Europese lidstaten die de taxidienst UberPop willen verbieden of bestraffen, hoeven daar geen toestemming van de Europese Commissie voor te vragen.

Dat oordeelt het Europese Hof van Justitie dinsdag in een zaak rond de UberPop-dienst in Frankrijk. Daarmee volgt het Hof een advies van de advocaat generaal van juli 2017 op.

Uber werd in 2014 in Frankrijk aangeklaagd vanwege UberPop. Met deze dienst kunnen niet-professionele chauffeurs tegen betaling andere Uber-gebruikers vervoeren. UberPop werd in 2015 in Frankrijk stopgezet. In datzelfde jaar stopte Uber ook in Nederland met de controversiële dienst.

Uber beweerde dat het bedrijf in Frankrijk geen taxidienst, maar een informatiedienst bood. In Europese wetgeving is bepaald dat lidstaten die informatiediensten willen verbieden, daarvoor van Brussel toestemming moeten krijgen. Daarmee moet in Europa voor informatiediensten de een gelijk speelveld blijven bestaan.

Het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat Uber een taxidienst bood, en geen informatiedienst. De eis dat Frankrijk een verbod zou moeten voorleggen aan de Europese Commissie, geldt daarom niet.

Met dit oordeel is voor Frankrijk de weg vrij om leidinggevend personeel van Uber te vervolgen voor het beheren van een illegale taxidienst.