Een merendeel van de Nederlanders heeft tegen de 'aftapwet' gestemd.

Dat blijkt uit het definitieve rapport dat donderdag is gepresenteerd door de Kiesraad. Uit eerder gepubliceerde eindstanden bleek al dat een merendeel tegen de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten had gestemd.

In totaal heeft 49,4 procent van de stemmers tegen de wet gestemd. 46,5 procent was voor en 4 procent stemde blanco. Uiteindelijk was 0,35 procent van de uitgebrachte stemmen ongeldig.

Het referendum zou pas geldig zijn bij een opkomstpercentage van 30 procent. Volgens de Kiesraad lag de opkomst uiteindelijk veel hoger, namelijk op 52 procent. De opkomst ligt vermoedelijk hoog omdat het referendum tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvond.

Geen hertelling

Volgens de Kiesraad was er bij stembureaus in vier gemeenten sprake van een opmerkelijke uitspraak, waarbij een buitengewoon aantal stemmen tegen de wet werd ingediend. De raad ziet echter geen reden voor een hertelling, omdat deze de uiteindelijke uitslag amper zal beïnvloeden.

De voor- en tegenstemmers hebben allebei niet meer dan vijftig procent van de stemmen gehaald, omdat vier procent blanco heeft gestemd. De Kiesraad zei eerder echter gehoor te geven aan de grootste groep stemmers. De blancostemmen worden enkel gebruikt om de opkomst te bepalen.

Aftapwet

Bij het referendum op 21 maart kon voor of tegen de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdienst worden gestemd, die ook wel bekendstaat als de 'aftapwet' of 'sleepwet'. De wet geeft inlichtingendiensten bevoegdheden om online af te luisteren.

Tot nu toe heeft het kabinet nog niet officieel op het referendum gereageerd. Dat zou pas gebeuren nadat de Kiesraad-uitslag was bekendgemaakt. 

Premier Mark Rutte zei afgelopen week wel dat de wet zal worden heroverwogen. Dat is bij een merendeel aan tegenstemmen vereist. Dat betekent echter niet dat de wet zal worden ingetrokken of gewijzigd. Het kabinet kan ervoor kiezen om het advies naast zich neer te leggen.