De Amerikaanse brancheorganisatie voor de game-industrie is kritisch op een voorstel van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De WHO wil gameverslaving namelijk officieel gaan erkennen als aandoening.

Naar verwachting komt de WHO dit jaar met een hernieuwde versie van de International Statistical Classification of Diseases (ICD). In de nieuwe editie erkent de organisatie gameverslaving als een aandoening.

De WHO spreekt van een gameverslaving als iemand zijn gamegedrag niet onder controle heeft. Het gaat dan om personen die bijvoorbeeld niet zelfstandig grenzen kunnen stellen aan hoe vaak en hoe lang ze gamen. Ook wordt daarbij gekeken naar hoeveel meerwaarde een persoon hecht aan gamen dan aan andere activiteiten.

Een ander symptoom dat de aandoening vast moet stellen, is dat een gameverslaafde ondanks negatieve gevolgen door blijft gaan met gamen.

'Bagatellisering'

De ESA, die zichzelf ziet als vertegenwoordiger van de Amerikaanse game-industrie, vindt gameverslaving geen 'echte' verslaving. Het opnemen van de aandoening in de ICD bagatelliseert 'echte psychologische aandoeningen', stelt de organisatie in een verklaring in handen van Gamasutra.

"Net zoals fanatieke sportfans en consumenten van allerlei vormen van entertainment zijn gamers gepassioneerd",  schrijft de ESA  in de verklaring. "We raden de WHO ten strengste aan om dit voorstel terug te draaien."

Geen officiële diagnose

Voor gameverslaving bestaat geen officiële diagnose, schrijft het Trimbos-instituut, het Nederlandse verslavingskenniscentrum. Wel wordt gameverslaving sinds 2013 erkend als psyschische stoornis door de American Psychiatric Association (APA).

In 2016 meldde de Universiteit Utrecht dat in Nederland bijna tien procent van de jongeren tussen de 12 en 15 jaar verschijnselen van gameverslaving vertoont. Van een verslaving wordt alleen gesproken als het gamen problemen oplevert, bijvoorbeeld als ontwenningsverschijnselen optreden.