Voormalig Uber-CEO Travis Kalanick wist van een interne brief die beweert dat het bedrijf geheimen heeft gestolen van concurrent Waymo.

Dat heeft een advocaat van Uber woensdagnacht verklaard, schrijft Reuters. Ook een aantal leden van de raad van bestuur was op de hoogte van de brief.

De rechtszaak tussen Uber en Waymo werd onlangs uitgesteld, wegens bewijs dat was achtergehouden door Uber. Het Amerikaanse Openbaar Ministerie had een interne brief van Uber bemachtigd en vlak voor de zaak zou starten aan de rechter overhandigd.

Uber-advocaat Angela Padilla zei dat ze de brief ook had gezien en ongeloofwaardig vond. "Er is geen poging gedaan om bewijs te verbergen", stelt ze. Padilla zegt de volle verantwoordelijkheid te nemen voor het achterhouden van de brief.

Waymo beschuldigt Uber van het stelen van interne documenten over zelfrijdende auto’s. De bestanden zouden zijn gestolen door een voormalig Waymo-werknemer die later de startup Otto begon, waarna Uber deze startup overnam.

Onder de pet

"Het lijkt alsof jullie dit onder de pet probeerden te houden", aldus de rechter op woensdag. "Ik krijg het idee dat Uber erg veel foute dingen heeft gedaan in deze zaak. Normaal is het niet zo eenzijdig."

De brief is afkomstig van voormalig Uber-beveiligingsmedewerker Richard Jacobs. Hij deelde in de brief zijn zorgen over de mogelijke diefstal van geheime Waymo-documenten, waar hij een nader onderzoek naar wilde starten.

Datalek

Uber ligt ook onder vuur vanwege een recent datalek, waarbij de gegevens van 57 miljoen gebruikers op straat kwamen te liggen. Uber hield het lek een jaar lang onder de pet.

Een groep Europese toezichthouders onderzoekt het lek onder leiding van de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Eurocommissaris Vera Jourova (Justitie) zal Uber donderdag al bekritiseren tijdens een conferentie over privacy in Brussel.

"Uber wachtte meer dan een jaar om burgers en zijn klanten te informeren over het lek", zal Jourova zeggen volgens Politico, dat haar speech al inzag. Een nieuwe Europese databeschermingswet zal overheden volgens haar in staat stellen "om adequaat te reageren op zulk onverantwoordelijk gedrag".

De AP kan ook voor de invoering van de Europese wetgeving al boetes opleggen als bedrijven de Nederlandse privacywet overtreden. In het extreemste geval kan zo'n boete 10 procent van de wereldwijde jaaromzet bedragen.