Internetproviders moeten vanaf 1 januari meer duidelijkheid geven over de te verwachten snelheid van een internetverbinding.

Dat heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) bepaald. Ook mogen de providers niet meer adverteren met een maximumsnelheid die in de praktijk niet haalbaar is.

Voor vaste internetverbindingen moeten de minimale en maximale down- en uploadsnelheden in de contracten worden opgenomen. Ook moeten internetproviders de snelheden opgeven die normaal gesproken beschikbaar zijn. Zo'n "normaliter beschikbare" snelheid moet op acht van de tien metingen in één week worden gehaald.

Voor mobiel internet moeten providers de geschatte maximale down- en uploadsnelheden benoemen.

De regel geldt in eerste instantie voor nieuwe contracten. Vanaf 1 maart moeten de snelheden echter ook in alle bestaande contracten worden opgenomen, zowel op de zakelijke als op de consumentenmarkt.

De nieuwe regels komen voort uit de Europese netneutraliteitswet die sinds vorig jaar van kracht is.