DEN HAAG - Het gebruik van internet voor medische doeleinden ontwikkelt zich vlotter dan minister Hoogervorst (Volksgezondheid) had verwacht. "Het dreigt sneller te gaan dan wij kunnen bijbenen", zei hij woensdag tijdens een overleg in de Tweede Kamer.

De minister is zelf een groot voorstander van electronische gegevensuitwisseling tussen beroepsgroepen en electronische medicijnen of patiëntendossiers. Maar dat internetapotheken en internetartsen en het "internetgebeuren" zich daarnaast zo snel zouden ontwikkelen, had hij niet gedacht. "Ik wist niet dat dit zo snel ging."

Ongewenste ontwikkeling

De minister noemde het een "ongewenste ontwikkeling" dat internetartsen medicijnen voorschrijven aan mensen met wie ze geen behandelrelatie of fysiek contact hebben. Internet moet ondersteunend zijn, benadrukte hij. Volgens de minister is er geen nieuw verbod nodig, zoals de Kamer bepleitte. Het kan al niet volgens de richtlijnen van artsenorganisatie KNMG, zei hij.

Tuchtzaak

Op basis van die richtlijnen heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) nu een tuchtzaak tegen een internetdokter aangespannen, die een medicijn aan een vrouw heeft vertrekt zonder haar te hebben gezien. Mocht uit die zaak blijken dat de KNMG-richtlijnen het gedrag van die arts toch toelaten, zal hij kijken of ze aangescherpt kunnen worden, beloofde Hoogervorst.

Brief

Verder beloofde hij de Kamer binnen twee maanden een brief te schrijven over de laatste ontwikkelingen en onderzoeken naar zogenoemde e-consults. Op dit moment verricht het college van zorgverzekeringen een onderzoek naar twee al bestaande vormen waarbij patiënten via internet een huisarts kunnen consulteren.