Achtergrond: Waarom Huawei liever Europa dan de VS verovert

Van alle grote Aziatische techbedrijven is Huawei één van de weinigen die zich meer op Europa dan de VS richt. Waarom is ons continent zo interessant voor de groeiende techgigant? En waarom zijn de Amerikanen zo achterdochtig over het bedrijf?

Deze week werd de nieuwste smartphone van Huawei niet gepresenteerd in Silicon Valley, maar in München. Begin dit jaar deed het techbedrijf iets vergelijkbaars, toen de Huawei P10 uit de doeken werd gedaan op de Spaanse telecombeurs Mobile World Congress.

Huawei begon als leverancier van telecomapparatuur voor providers, maar neemt de afgelopen jaren zijn smartphonetak steeds serieuzer. Telefoons van het bedrijf moeten concurreren met bijvoorbeeld de iPhone en toestellen van Samsung; qua marktaandeel komt het bedrijf steeds dichter in de buurt bij deze concurrenten. In China is Huawei inmiddels marktleider.

In de Verenigde Staten krijgt Huawei echter geen voet aan de grond. Daar heerst sterk wantrouwen jegens het Chinese bedrijf. In Europa gaat het Huawei vooralsnog juist voor de wind.

Groei

Hoewel Huawei inmiddels al dertig jaar bestaat, is de smartphonedivisie nog jong. De afdeling is snel gegroeid, benadrukt CEO Richard Yu in een gesprek met NU.nl op het hoofdkantoor in Shenzhen. Dat kantoor staat op een immer uitdijende campuslocatie, met meerdere kantoorcomplexen die vlak naast elkaar staan. "Vijf jaar geleden kende nog niemand ons, zelfs niet in China."

De campus van het bedrijf begint steeds meer te lijken op die van Amerikaanse techbedrijven als Google. Verspreid tussen de kantoren staan winkels en eettentjes, waaronder zelfs een pand van het oer-Amerikaanse Kentucky Fried Chicken. Yu zegt graag dat hij inmiddels niet meer een Chinees bedrijf leidt. "We zijn een internationale club. Ons hoofdkantoor staat alleen toevallig in China."

Zendmasten

Voordat Yu directeur werd van Huawei’s consumententak, stond hij aan het hoofd van het Europese Huawei-kantoor. Daar handelde hij vooral met bedrijven die zakelijke apparatuur nodig hadden.

"Een jaar nadat ik terugkwam in China vroeg ik of ik de consumentendivisie mocht leiden", vertelt hij. "Op dat moment was daar nog bijna niks. Huawei was toen nog geen consumentenmerk, we produceerden alleen telefoons voor andere merken. Dat wilde ik veranderen."

Door zich bij de verkoop van zendmastapparatuur te richten op Europa, wist het bedrijf eerder ook al succes te boeken. "We hebben inmiddels het grootste aandeel van de infrastructuurmarkt in handen, zonder in de Verenigde Staten actief te zijn."

Spionage

Huawei probeerde vier jaar geleden zijn infrastructuurapparatuur in de VS aan te bieden, totdat Amerikaanse onderzoekers waarschuwden voor de mogelijke risico’s hiervan. Voormalig CIA-baas Michael Hayden zei in 2013 dat het "vanzelfsprekend is" dat de Huawei-apparatuur werd gebruikt om Amerikanen te bespioneren. Hij vreesde dat de Chinese overheid in samenwerking met de Chinese techgigant achterdeurtjes zou inbouwen om communicatie af te luisteren.

Concreet bewijs werd nooit publiekelijk gepresenteerd, maar Huawei kreeg door de ophef een slechte reputatie en trok zich uiteindelijk terug van de Amerikaanse markt voor providerapparatuur. Vanwege de zorgen binnen de Amerikaanse politiek besloot ook Australië om Huawei niet te betrekken bij de aanleg van een nieuw glasvezelnetwerk.

Zou Nederland zich ook zorgen moeten maken? "We zagen de Verenigde Staten een paar weken geleden nog hetzelfde reageren op de software van het Russische beveiligingsbedrijf Kaspersky", zegt D66-kamerlid Kees Verhoeven. Volgens de Amerikaanse overheid werd de software van Kaspersky misbruikt door Russische overheidshackers. "Zoiets is een duidelijk signaal, dat je binnen de Nederlandse politiek ook serieus moet nemen."

"Aan de andere kant moet je een bedrijf niet alleen maar verdenken omdat het uit een ander land komt. De techindustrie is van zichzelf vrij mondiaal, dus je komt snel terecht bij buitenlandse partijen."

Michel van Eeten, hoogleraar cybersecurity aan de Technische Universiteit Delft, zegt dat er ook in Nederland zorgen bestaan over Chinese Huawei-apparatuur in telecomnetwerken. "Zelf vind ik het een onzuivere manier van kijken", nuanceert hij echter. "Er is minstens zoveel reden, zo niet meer, om de Amerikaanse apparatuur te wantrouwen."

Van Eeten benadrukt dat het inbouwen van een achterdeurtje bovendien geen hoge prioriteit meer heeft voor overheden, want hackers kunnen ook softwarelekken misbruiken. "Het is daardoor helemaal niet nodig om bewust backdoors in te bouwen." Volgens de hoogleraar moeten providers er inmiddels altijd van uitgaan dat apparatuur mogelijke lekken heeft.

Huawei-marketingdirecteur Glory Zhang vertelt tijdens een rondetafelgesprek "niet te snappen waarom sommige landen achterdochtig zijn". Daarbij benadrukt zij dat mensen in veel landen wel tevreden zijn met het bedrijf.

De Nederlandse provider T-Mobile, een van de vele Europese firma's die zendmastapparatuur van Huawei inzet, lijkt zich in elk geval niet druk te maken. "Wij hebben zeker geen zorgen", benadrukt een woordvoerder. "We hebben een erg prettige samenwerking met Huawei."

Ooit naar Amerika

Na de politieke spanningen in Amerika, heeft Huawei daar eigenlijk alleen nog maar een kantoortje voor de verkoop van smartwatches en andere wearables. De nadruk ligt sindsdien vooral op Europa en Azië, maar Yu zinspeelt erop dat dit in de toekomst wellicht ooit zal veranderen. "Sommige politici zijn misschien bang voor ons, maar ik denk dat consumenten zich niet zo’n zorgen maken."

"Daarnaast werken we wel steeds nauwer met Amerika samen. Veel onderdelen in onze apparaten zijn bijvoorbeeld afkomstig uit de Verenigde Staten, en we werken samen met bedrijven zoals Facebook. Ik denk dat Amerika op die manier toch wel profijt van ons heeft."

Lees meer over:
Tip de redactie