Russen in Silicon Valley worden anders behandeld nadat hackers uit Rusland de VS aanvielen tijdens de Amerikaanse verkiezingen.

Dat blijkt uit een rondgang van The New York Times in San Francisco, waar tienduizenden Russische immigranten wonen om te werken in de techindustrie.

De krant sprak met meerdere in Rusland geboren ingenieurs die zeggen anders behandeld te worden sinds de spanningen tussen de VS en Rusland oplopen. 

Volgens advocaten zouden sommige bedrijven beperken welke data programmeurs afkomstig uit het buitenland mogen inzien. Investeerders afkomstig uit Rusland merken dat startups hun geld minder snel aannemen, uit angst voor Russische invloed. 

Bij andere bedrijven zouden Russische programmeurs juist in trek zijn, omdat het land een reputatie begint te krijgen voor zijn getalenteerde hackers.

Amerikaanse verkiezingen

Rusland wordt onder andere beschuldigd van een grote cyberaanval op de Verenigde Staten tijdens de afgelopen presidentscampagne, waarbij zou zijn ingebroken op servers van de Democratische Partij. Daarbij hadden hackers toegang tot e-mails, die later werden gelekt.

Rusland ontkent betrekking bij cyberaanvallen op de VS. Hacks in het land zouden worden uitgevoerd door 'patriotische' Russen waar de overheid volgens president Poetin geen invloed over heeft.

Nepnieuws

Tegelijkertijd staat Rusland centraal in een tweede kwestie binnen de Amerikaanse techindustrie. Het bedrijf zou advertenties tijdens de verkiezingen hebben ingekocht bij grote sociale media, waarmee bezoekers onder andere werden doorverwezen naar nepnieuws over verkiezingskandidaten.

Zowel Facebook als Twitter spreken volgende maand voor het Amerikaanse congres over de door Rusland ingekochte reclame. Facebook zei onlangs dat ongeveer 10 miljoen Amerikanen de Russische verkiezingsreclame te zien kregen.