In Nederland wordt de privacy van burgers "bovengemiddeld goed" beschermd vergeleken met andere landen in de EU.

Dat is de conclusie van een onderzoek van de Universiteit Leiden in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarbij is gekeken naar de landen Nederland, Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Frankrijk, Roemenië en Italië.

Volgens de onderzoekers zijn Nederlanders relatief vaak op de hoogte over hoe er met hun privacy wordt omgegaan. Daarnaast zou er ruimte aandacht zijn voor de bescherming van privédata in de politiek en in de media.

Nederland zou ook voorop lopen op het gebied van privacy door het melden van datalekken in 2016 verplicht te maken. In Duitsland is dat ook verplicht. Wel zou de invloed van burgerrechtenorganisaties in Nederland beperkt zijn.

Een boete voor privacyschending kan in Nederland flink oplopen. Een toezichthouder kan daarbij een boetebedrag van hooguit 820.000 euro of 10 procent van de omzet opleggen. Dat ligt alleen in Frankrijk hoger, waar een boete kan oplopen naar drie miljoen euro.

'Bovengemiddeld goed’

"Wanneer deze conclusies bij elkaar worden opgeteld, kan gesteld worden dat Nederland het goed doet als het gaat om de bescherming van persoonsgegevens", luidt het onderzoek. "Nederland doet het in de meeste opzichten bovengemiddeld goed."

Duitsland zou in Europa koploper zijn op het gebied van privacy. Italië en Roemenië staan onderaan op de lijst van privacyvriendelijke landen.