Een Europese rechtbank moet opnieuw bestuderen of een grote boete die Intel kreeg wegens concurrentievervalsing terecht is opgelegd.

De boete werd al in 2009 opgelegd door de Europese Commissie en wordt sindsdien aangevochten door de chipmaker. 

Het Europees Hof van Justitie verwijst de zaak woensdag terug naar het Gerecht van de EU, een lagere rechtbank. Het Gerecht heeft het beroep van Intel niet nauwkeurig genoeg bestudeerd, oordeelt het Hof.

De toenmalige recordboete werd opgelegd omdat Intel tussen 2002 en 2007 zijn machtspositie op de markt voor pc-chips zou hebben misbruikt. Intel verleende kortingen aan pc-fabrikanten en aan retailfirma Media-Saturn, om ervoor te zorgen dat zij voornamelijk pc's met Intel-chips zouden verkopen.

Vestager

Intel ontkent niet dat er afspraken zijn gemaakt, maar zegt dat die niet voor een beperking van de concurrentie op de chipmarkt zorgden. Dat vraagstuk is onvoldoende geanalyseerd door het Gerecht, stelt het Hof donderdag. Bovendien is onvoldoende gekeken naar fouten die de Commissie maakte in de eerdere rechtszaak.

Door de uitspraak zal het vermoedelijk opnieuw jaren duren voordat er duidelijkheid is over de boete. Na een nieuwe uitspraak van het Gerecht kan Intel eventueel opnieuw in beroep bij het Europees Hof.

Onder eurocommissaris Margrethe Verstager (Mededinging) lijkt de Europese Commissie strenger te willen optreden tegen Amerikaanse techbedrijven met grote marktaandelen.

Vestager legde eerder dit jaar een miljardenboete op aan Google wegens machtsmisbruik met zijn prijsvergelijker. Google is in beroep gegaan tegen die beslissing. Als het Europees Hof definitieve goedkeuring had gegeven aan de Intel-boete, had dat een belangrijk precedent kunnen stellen voor de Google-rechtszaak.