Susan Fowler, de voormalige werknemer van Uber die het bedrijf beschuldigde van seksuele intimidatie, stapt naar de rechter. Nu steunt ze werknemers die de taxidienst aanklagen omdat ze geen collectieve rechtszaken mogen aanspannen.

Fowler zegt dat ze het recht op een collectieve rechtszaak moest verwerpen toen ze bij Uber kwam werken, meldt Bloomberg. Het ondertekenen van documenten waarmee dit recht verworpen wordt, is volgens haar vrij gebruikelijk in de tech-industrie. In een brief vraagt ze het Hooggerechtshof om deze praktijk te verbieden.

Volgens Fowler en haar advocaat bestaan de documenten alleen om "het juridische risico dat te maken heeft met systematische en mogelijk illegale werkpraktijken te elimineren". Daarnaast is het volgens de vrouw voor werknemers die niet op een andere manier kunnen vechten voor betere arbeidsvoorwaarden schadelijk om het recht op een collectieve rechtszaak weg te nemen.

De voormalige werknemer steunt met de brief drie aparte rechtszaken, die allemaal draaien om het mogen aanspannen van een collectieve rechtszaak. De zaken worden allemaal gehoord door het Hooggerechtshof. Uber heeft vooralsnog niet gereageerd op de rechtszaken. De drie zaken worden op 2 oktober behandeld.

Seksuele intimidatie

Fowler beschuldigde Uber in februari dit jaar van seksuele intimidatie en seksisme. Zo zou een manager die haar seksueel intimideerde niet zijn aangepakt, omdat hij goede beoordelingen had. Later bleek volgens de vrouw dat er meerdere klachten over de manager waren, maar dat er niets meer werd gedaan.

Als reactie op de beschuldigingen van Fowler werd de voormalige procureur-generaal Eric Holder ingehuurd om het bedrijf te onderzoeken. Op basis van zijn rapport werden er ruim twintig mensen bij Uber ontslagen. Directeur Travis Kalanick stapte in juni onder druk van investeerders op.