Uber moet in de komende twintig jaar zijn privacybeleid tweejaarlijks laten onderzoeken in reactie op de recente schandalen waarbij medewerkers de locaties van klanten konden bekijken.

Het nieuwe besluit vloeit voort uit een schikking tussen Uber en de Amerikaanse toezichthouder Federal Trade Commission (FTC), meldt Recode. Ook moet het bedrijf een nieuwe, uitgebreidere privacyverklaring opstellen.

De FTC stelde een onderzoek in naar het beleid van Uber, nadat de zogenoemde 'God View'-functie in 2014 aan het licht kwam. Met die functie konden medewerkers van het taxibedrijf de gps-locatie van klanten inclusief naam op een kaart bekijken, zowel tijdens als na hun Uber-rit.

Een tweejaarlijkse controle is volgens de FTC nodig omdat Uber tussen augustus 2015 en mei 2016 niet snel genoeg optrad na meldingen over mogelijk misbruik van persoonlijke klantinformatie. Daarna zou Uber alleen de toegang tot de reisinformatie van 'belangrijke gebruikers' zoals zijn eigen leidinggevenden in de gaten hebben gehouden.

Ook de hack waarbij de namen en nummerborden van 50.000 Uber-chauffeurs werden gestolen, is reden voor de FTC om het taxibedrijf elke twee jaar te laten doorlichten door een externe toezichthouder.

"Deze zaak toont aan dat zelfs als je een snelgroeiend bedrijf bent, je de consument niet mag achterlaten: je moet beloftes over privacy en veiligheid nakomen", schrijft FTC-voorzitter Maureen K. Ohlhausen in een verklaring.

Kans

Het bedrijf bekent met instemming met de schikking geen schuld, maar ontkent hiermee ook niks. Het bedrijf zegt de maatregelen te zien als kans om met de FTC te kunnen controleren of zijn privacyprogramma's voldoende zijn.

Uber nam eind 2014 zelf maatregelen tegen een medewerker die de functie gebruikte om de locatie van een kritische journaliste bij te houden.

Als Uber het privacybeleid niet naleeft, kan het rekenen op hoge boetes.