Travis Kalanick, de voormalige directeur van Uber, is door investeerder Benchmark Capital aangeklaagd voor fraude, contractbreuk en schending van het fiduciaire recht.

Dat meldt Axios donderdag. Als Benchmark Capital de rechtszaak wint, zou dat betekenen dat Kalanick uit de bestuursraad van Uber gezet wordt. 

De rechtszaak is het gevolg van de beslissing in juni 2016 om de bestuursraad van de taxidienst uit te breiden van acht naar elf mensen. Kalanick had als enige het recht om de extra bestuursleden aan te wijzen. Nadat hij vertrok als CEO van Uber, wees hij een van die plaatsen aan zichzelf toe. De andere twee plekken zijn nog steeds leeg. Benchmark Capital heeft ook een plaats in de bestuursraad.

Benchmark Capital zegt nu dat het nooit toestemming had gegeven voor de drie extra plekken als het had geweten van "het slechte management van Kalanick en ander wangedrag bij Uber". Omdat de investeerder niets afwist van diverse schandalen voor ze naar buiten kwamen, zou hun toestemming nu ongeldig zijn.

Daarnaast zou Kalanick als onderdeel van zijn ontslagovereenkomst beloofd hebben dat de twee overgebleven plekken in het bestuur onafhankelijk zouden zijn. Voorgedragen personen zouden door het hele bestuur goedgekeurd moeten worden. Maar Kalanick zou volgens de aanklacht deze maatregelen tegenwerken.

Ongeldig

Benchmark Capital wil nu dat de stemming waarbij de drie extra plaatsen werden goedgekeurd ongeldig wordt verklaard. Besluit een rechter dat deze inderdaad ongeldig is, dan verdwijnt ook de plaats van Kalanick zelf. Daardoor zou de voormalige topman niet langer in het bestuur zitten.

Zowel Kalanick als Benchmark Capital waren volgens Axios niet bereikbaar voor commentaar.