AMSTERDAM - Ieder telefoontoestel in het land moet worden voorzien van drie noodknoppen: een voor de ambulance, een voor de politie en een voor de brandweer. Zo moet het aantal mensen dat een hartstilstand overleeft stijgen.

Naast de drie noodknoppen, zouden reanimatiecursussen voor iedereen toegankelijk moeten worden. Dat schrijft R. Waalewijn, cardioloog in opleiding in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam in het proefschrift waarop hij op 2 juli promoveert.

Tijdens zijn werk als arts op een ambulance registreerde en onderzocht Waalewijn 26 maanden lang alle hartstilstanden buiten het ziekenhuis in de regio Amsterdam, een gebied met 1,3 miljoen inwoners. In totaal ging het om 1685 hartstilstanden bij mensen variërend in leeftijd van 0 tot 96 jaar oud.

Voor vierhonderd mensen kwam de hulp zo laat dat het ambulancepersoneel al niet meer aan reanimatie begon. In 1285 gevallen waren omstanders al bezig met reanimeren voor de komst van de ambulance. Slechts 299 patiënten bereikten het ziekenhuis levend en van hen overleefde uiteindelijk iets minder dan de helft; dat is iets meer dan 10 procent van het totaal. Ter vergelijking: In New York is dat 2 procent, in Seattle 28 procent.

De eerste minuten na een hartstilstand zijn van levensbelang, zegt Waalewijn. Snelle reanimatie door omstanders levert een 2,5 keer zo grote kans op om een hartstilstand te overleven.

Defibrillator

Daarnaast pleit Waalewijn in navolging van de Gezondheidsraad voor het uitrusten van politie en brandweer met een defibrillator, "omdat zij vaak nog voor de ambulance ter plekke zijn". Op dit moment loopt er een proef in Amsterdam en Haarlem.

De drie noodknoppen op de telefoons moeten ertoe leiden dat een alarmtelefoontje direct bij de juiste hulpdienst terechtkomt. In de meeste regio's komt een melding nu binnen bij een centralist, die vervolgens moet doorverbinden. Die kostbare seconden moet je terugwinnen, aldus Waalewijn.