De Raad voor de Rechtspraak vindt dat een nieuwe aftapwet van het kabinet onvoldoende waarborgen bevat om te voorkomen dat de inlichtingendiensten hun bevoegdheden misbruiken.

Het kabinet moet het toezicht in het wetsvoorstel verstevigen, schrijft de koepelorganisatie van Nederlandse rechters maandag in een brief aan minister Plasterk (Binnenlandse Zaken).

Vorige maand werd het nieuwe voorstel voor een vernieuwing van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ingediend bij de Tweede Kamer. Onder meer de Raad van State uitte al kritiek op het voorstel, dat volgens het adviesorgaan onvoldoende waarborgen bevatte.

De Raad voor de Rechtspraak sluit zich bij dat advies aan. Over de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) die in het wetsvoorstel is opgenomen, is volgens de Raad nog onvoldoende bekend.

Internettap

Onder de nieuwe wet zou het voor de inlichtingendiensten AIVD en MIVD mogelijk worden om grootschaliger internetverkeer af te tappen, bijvoorbeeld bij onderzoeken naar terrorisme. Elke keer als een inlichtingendienst zijn 'sleepnetbevoegdheid' wil inzetten, bijvoorbeeld door verkeer op een internetknooppunt te onderscheppen, moet de minister dat goedkeuren, gevolgd door de TIB.

Die commissie zal bestaan uit twee oud-rechters met minstens zes jaar ervaring en één expert van buiten de rechtspraak, bijvoorbeeld iemand met veel technische kennis. 

Kennis

De TIB krijgt geen rechtstreekse toegang tot gegevens van de AIVD en MIVD. Het is daarom onduidelijk of de commissie wel voldoende informatie krijgt om te kunnen bepalen of bevoegdheden juist worden ingezet, vindt de Raad voor de Rechtspraak. Ook vinden de rechters het onduidelijk of de commissie voldoende kennis zal hebben om een juist oordeel te kunnen vellen.

"Het komt de Raad voor dat hiermee op twee punten een effectieve vorm van toezicht onmogelijk wordt gemaakt", schrijft voorzitter Frits Bakker in de brief.

De rechters hadden liever gezien dat de toetsingscommissie een zelfstandig onderdeel van de CTIVD was geworden. Dat is de toezichthouder die momenteel al de inlichtingendiensten in de gaten houdt, maar niet de macht heeft om de bevoegdheden vooraf te toetsen. De CTIVD heeft wel volledige toegang tot gegevens van beide inlichtingendiensten.

Bewaartermijn

Net als de Raad van State is de Raad voor de Rechtspraak ook kritisch over de bewaartermijn van drie jaar die in het wetsvoorstel wordt gehanteerd. Volgens het kabinet is het in sommige gevallen nuttig om verzamelde informatie zo lang te bewaren, omdat ten tijde van het afluisteren niet altijd duidelijk is welke informatie later nog van pas zal komen.

"De Raad merkt op dat de bewaartermijn dient te voldoen aan het criterium 'noodzaak' en niet aan het criterium 'mogelijk nuttig'", schrijft Bakker daarover. Hij vindt ook dat het onduidelijk is waarom er extra toezicht door de rechtbank Den Haag wordt ingesteld bij het afluisteren van advocaten en journalisten, maar niet bij andere beroepsgroepen met een vertrouwensfunctie.

Ongebruikelijk

De Raad voor de Rechtspraak werd door het kabinet niet formeel gevraagd om commentaar te leveren op het volledige wetsvoorstel, hoewel dat wettelijk wel verplicht is bij voorstellen die gevolgen hebben voor de rechtspraak.

"De Raad benadrukt dat dit een zeer ongebruikelijke gang van zaken is", schrijft Bakker in de brief aan Plasterk. "Hij ziet zich daarom genoodzaakt om door middel van deze brief op eigen initiatief inhoudelijk advies uit te brengen."

Op 15 december houdt de Tweede Kamer een hoorzitting met experts over het wetsvoorstel. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat de behandeling van het voorstel nog voor de verkiezingen kan worden afgerond.