Cybercriminelen die persoonsgegevens hebben gestolen, bieden hun buit steeds goedkoper aan op internet. De prijzen zijn gedaald omdat er steeds meer informatie te koop wordt aangeboden.

De gemiddelde prijs voor gegevens van een persoon is gedaald van 4 dollar vorig jaar tot 1 dollar dit jaar, blijkt uit een woensdag gepubliceerd rapport van antivirusbedrijf Trend Micro. 

Voor een dollar kan de naam, geboortedatum en het woonadres en burgerservicenummer van een slachtoffer worden gekocht. Daarmee kan gemakkelijk identiteitsfraude worden gepleegd. Creditcardinformatie en bankgegevens worden voor ongeveer 25 dollar per stuk verhandeld.

Daarnaast kunnen criminelen de hand leggen op fotokopieën van paspoorten, rijbewijzen en rekeningen voor tussen de 10 en 35 dollar per scan. Ook daarmee kan fraude worden gepleegd. Persoonsgegevens werden het vaakst gestolen, daarna financiële gegevens.

Meer aanvallen

De waardevermindering van de gestolen goederen is te wijten aan de toename in het aantal cyberaanvallen. Volgens Trend Micro is het aantal cyberaanvallen waarbij data werd gestolen in vijf jaar met 169 procent toegenomen. Net als op een gewone markt concurreren criminelen met elkaar bij de verkoop.

Behalve persoonsgegevens wordt bij cyberaanvallen ook geregeld bedrijfsinformatie gestolen. Overheden of andere bedrijven proberen op die manier achter bedrijfsgeheimen te komen. 

Bedrijven maken vaak niet bekend dat ze slachtoffer zijn geweest van een aanval, omdat het imagoschade oplevert. Ook moeten ze dan toegeven dat er is ingebroken en hoeveel data er is gestolen.