Google wil digitale innovatie in Europa ondersteunen, maar de Europese Unie moet dan wel een gemeenschappelijke digitale markt opzetten om niet achter te raken op de internationale markt. 

Dat zegt Googles raadvoorzitter Eric Schmidt woensdag op een conferentie in Berlijn, zo schrijft de Wall Street Journal.

Momenteel zijn er nog veel verschillen in Europese wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld privacy en intellectueel eigendom. Schmidt noemt die fragmentatie "gekkenwerk". "Op deze manier kunnen we geen zaken doen. Om internationaal succes te hebben heeft Europa een gemeenschappelijke digitale markt nodig". 

Volgens de Google-topman zijn er in Europa ongeveer een miljoen banen in de IT-sector die de komende vijf jaar zullen blijven openstaan en bedreigt dat de Europese ontwikkeling.

"Er is een oude manier en een nieuwe manier; de nieuwe manier is internationaal en digitaal, de oude manier is lokaal en trots. Daar is niets mis mee, maar de oude manier wordt vervangen", aldus Schmidt.

Schmidt is niet de eerste die de verschillen in Europese regels aankaart. De Europese Commissie maakte in mei het voornemen bekend om bestaande huidige belemmeringen, zoals copyrightwetgeving en telecomregels, weg te nemen en één gemeenschappelijke digitale markt te creëren. Dat moet de Europese Commissie in totaal 415 miljoen euro opleveren. 

Google ligt flink onder druk in Europa. In april kreeg het bedrijf een officiële aanklacht van machtsmisbruik te verwerken, nadat de Europese Commissie al vijf jaar lang onderzoek deed naar de praktijken van het Amerikaanse bedrijf. 

"We begrijpen de boodschap", zegt Schmidt. "Maar het zou helpen als de Europese lidstaten de zelfde dingen zouden zeggen." Vorige week liet het bedrijf al weten open te staan voor een schikking met de Europese Commissie.