De Europese Commissie beschuldigt Google van misbruik van zijn dominante marktpositie, en legt mogelijk een miljardenboete op. Wat zijn de hoogste EU-boetes tot nu toe?

Europa onderzoekt Google al jaren, en heeft het bedrijf officieel een mededingingsklacht tegen het bedrijf ingediend. De Europese Commissie verdenkt Google van machtsmisbruik, door onder meer zijn eigen diensten voor te trekken.

De zoekgigant hangt nu een recordboete van maximaal 6,2 miljard euro boven het hoofd. Maar Google is niet het eerste bedrijf dat een dergelijke boete boven het hooft hangt. Een overzicht van de hoogste boetes toe nu toe:

Intel: 1,06 miljard euro

Huidig recordhouder voor hoogste boete is Intel. Het bedrijf kreeg in 2009 een boete van 1,06 miljard euro opgelegd door de Europese Commissie.

Intel kreeg die boete wegens concurrentievervalsing. Als grootste chipmaker zou Intel computerfabrikanten kortingen hebben gegeven als die beloofden geen chips van concurrenten te gebruiken. Intel vocht de boete aan, maar moest in 2014 na een uitspraak van het Europees Hof van Justitie toch volledig betalen.

Microsoft: 1,6 miljard euro

Hoewel Intel momenteel recordhouder voor hoogste boete is, betaalde Microsoft een hoger totaal boetebedrag aan Europa. Het bedrijf kreeg in eerste instantie in 2004 een boete van 497 miljoen euro opgelegd, onder meer wegens het standaard toevoegen van Windows Media Player aan Windows en het buitensluiten van concurrenten.

In 2006 kwam daar een bedrag van 280,5 miljoen euro bovenop, omdat Microsoft zijn concurrenten volgens de Europese Commissie onvoldoende had ingelicht, zodat zij alsnog niet goed konden concurreren.

In 2008 kreeg Microsoft nog eens een boete van 899 miljoen euro wegens het niet naleven van de uitspraak van 2004. Later werd die boete verlaagd naar 860 miljoen euro, de hoogste boete die de commissie op dat moment ooit had opgelegd.

Tv-fabrikanten: 1,47 miljard dollar

In 2012 kregen verschillende tv-fabrikanten een boete van de Europese Commissie wegens kartelvorming. Tussen 1996 en 2006 zouden verschillende fabrikanten onderlinge afspraken hebben gemaakt over prijzen van tv-onderdelen.

Bedrijven als Philips, LG, Panasonic, Samsung, en Toshiba moesten boetes betalen, totaal voor een bedrag van 1,47 miljard dollar. Philips moest uiteindelijk 313 miljoen euro en kreeg korting omdat het aan het onderzoek meewerkte. Samen met toenmalig partner LG moest Philips nog eens 391 miljoen euro betalen.

Banken: 1,7 miljard euro

In 2013 legde de Europese Commissie een groep banken een boete van in totaal 1,7 miljard euro op. Die banken maakten afspraken om gezamenlijk de rente op de Euribor en Yen libor-tarieven te beïnvloeden voor eigen gewin.

Financiële instellingen Deutsche Bank, Socgen, RPMartin, JPMorgan, en Citigroup kregen gezamenlijk voor 1,7 miljard euro aan boetes opgelegd. Later werden ook nog veel andere banken, waaronder de Rabobank, beboet voor het manipuleren van de Libor-rente.

Bierbrouwers: 273 miljoen euro

In 2007 kregen Nederlandse bierbrouwers samen een boete van 274 miljoen euro opgelegd voor het maken van prijsafspraken tussen 1996 en 1999. Bierprijzen werden toen kunstmatig hoog gehouden, het bierkartel profiteerde daarvan.

Belgische brouwer Inbev deed ook met het kartel mee, maar gaf de Europese Commissie doorslaggevende informatie in een onderzoek naar de kartelzaak. Heineken, Grolsch en Bavaria moesten wel betalen.

Heineken moest met 219 miljoen het meest betalen, Grolsch 32 miljoen en Bavaria 23 miljoen. In 2011 werden de boetebedragen verlaagd naar 198 miljoen voor Heineken en 20 miljoen voor Bavaria. De boete voor Grolsch werd uiteindelijk door het Europees Hof van Justitie nietig verklaard.