De Britse inlichtingendienst GCHQ heeft mensenrechtenwetgeving geschonden door gegevens te verwerken die werden verzameld door de Amerikaanse NSA.

Dat heeft het Investigatory Powers Tribunal (IPT), een rechtbank die toezicht houdt op de Britse geheime diensten, vrijdag geoordeeld (pdf).

Het is voor het eerst in het vijftienjarige bestaan van het IPT dat ten nadele van een inlichtingendienst wordt geoordeeld, zo stelt Privacy International, een van de aanklagers in de zaak.

Vóór december 2014 was het gebruik van NSA-gegevens illegaal, omdat de regels rond de Britse toegang tot onder meer het Prism-programma van de VS geheim waren. Pas na onthullingen van klokkenluider Edward Snowden kwam dit in de openbaarheid.

Openbaar

Sinds december 2014 is het gebruik van NSA-gegevens door GCHQ wel toegestaan, oordeelde de rechtbank eerder. Sindsdien zijn de regels rond deze gegevensuitwisseling openbaar gemaakt.

De zaak draaide om gebruik van gegevens die worden verzameld via Prism en het spionageprogramma Upstream. Via Prism verzamelt de NSA gegevens van grote internetbedrijven als Google, Microsoft en Apple. Upstream verzamelt gegevens via internationale glasvezelkabels.

Door de geheimhouding rond deze spionageprogramma's werd een deel van de zaak in besloten sessies gehoord, zonder dat de betrokken privacyorganisaties hierbij aanwezig mochten zijn.

Privacy International zegt de rechtbank te zullen vragen om bevestiging dat communicatie voor december 2014 illegaal is verzameld, en te vragen om verwijdering van de gegevens.

Massasurveillance

"Het oordeel van vandaag bevestigt wat velen al lange tijd zeggen: in het afgelopen decennium hebben GCHQ en de NSA met een illegaal massasurveillanceprogramma een effect gehad op miljoenen mensen over de hele wereld", zegt Eric King, vice-directeur van Privacy International, in een verklaring.

"Maar er moet meer worden gedaan. De enige reden dat de deelrelatie tussen de NSA en GCHQ vandaag nog legaal is, is omdat de overheid zich op het laatste moment inzette om voorheen geheime 'regelingen' te openbaren. Dat is duidelijk niet genoeg om een blijvende, gigantische maas in de wet te repareren. We hopen dat het Europees Hof besluit om in het voordeel van privacy te oordelen, in plaats van voor ongecontroleerde staatsmacht."

Het Europees Hof heeft al aangekondigd GCHQ-zaken te willen behandelen die eerder door het IPT zijn afgehandeld. 

Waarborgen

"Het IPT-oordeel van vandaag bevestigt opnieuw dat de processen en waarborgen rond het delen van inlichtingen volledig adequaat waren" stelt GCHQ in een reactie. "Het gaat enkel om de hoeveelheid details over die processen en waarborgen die in het publieke domein moeten zijn."

"Van nature moet veel van het werk van GCHQ geheim blijven. Maar we werken samen met de rest van de overheid om het publieke begrip over ons werk te verbeteren, evenals het sterke wettelijke en beleidsraamwerk dat ons werk onderbouwt."