Het kabinet houdt de bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens in stand, maar toetst aanvragen bij de rechter. Het Europese Hof van Justitie verklaarde de richtlijn eerder ongeldig.

Onder de nieuwe regelgeving moeten opsporingsdiensten zich aan strengere regels houden om bewaarde bel- en internetgegevens van burgers in te kijken. Dat maakt het kabinet maandagavond bekend.

Het kabinet wil opgeslagen data beter beveiligen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van mensen, meldt minister Opstelten van Veiligheid en Justitie in een brief aan de Tweede Kamer. Door de nieuwe regels zijn de bewaarde gegevens van burgers pas na toetsing van een rechter in te zien.

Bewaarplicht

Aanleiding voor de aanpassing is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie dat dit voorjaar een streep zette door een Europese richtlijn voor de opslag van persoonsgegevens om zware misdaad te kunnen aanpakken. Volgens Opstelten betekent dat niet dat de Nederlandse regels opeens ongeldig zijn, maar wijzigingen zijn wel nodig.

De bewaarplicht zorgt ervoor dat providers zogenoemde metadata over internet- en telefoonverkeer moeten bewaren. Dat is het gros van de data die geen betrekking op de inhoud van gesprekken of bijvoorbeeld verstuurde berichten heeft.

Volgens het Europese Hof van Justitie is die mate van persoonlijke dataopslag in stijd met het Europese Handvest van de grondrechten, en zouden minder gegevens bewaard moeten worden.

Mensenrechten

Digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom noemt de instandhouding van de wet ondanks de aanscherping een "onbegrijpelijke inbreuk op mensenrechten". "Staatssecretaris Teeven stapt lichtzinnig over de kritiek van de Europese rechters heen", aldus Rejo Zenger van Bits of Freedom. "De regering moet juist per direct de handhaving van de wet opschorten en alles in het werk stellen om de wet zo snel mogelijk ongedaan te maken. Nu moet het parlement de staatssecretaris dwingen dat te doen."

Volgens het kabinet is het instandhouden van de bewaarplicht van groot belang voor de bestrijding van zware misdrijven. "Zonder telecommunicatiegegevens komt de aanpak van bijvoorbeeld jihadisten, kinderpornografie, roofovervallen, moord en doodslag in gevaar of wordt zelfs onmogelijk", aldus minister Opstelten in zijn brief aan de Kamer.

De bewaartermijnen die al golden, blijven van kracht. Dat betekent een bewaartermijn van zes maanden voor internetgegevens en twaalf maanden voor telecomgegevens. De zwaarte van misdrijven is doorslaggevend voor hoe lang opsporingsdiensten mogen terugkijken in gegevens. Bij lichte misdrijven mogen telecomgegevens daarom straks nog maar zes maanden worden teruggegekeken.

Raad van State

D66 zegt fel tegenstander te zijn van het in stand houden van de bewaarplicht. De partij wijst naar het advies van de Raad van State, dat de minister van Veiligheid en Justitie op 17 juli 2014 al een brief stuurde.

De Raad van State gaf de minister toen de aanbeveling de bewaarplicht in te trekken. "De uitspraak van het Hof wierp al de vraag op of de ongeldigheid ook zou gelden voor de Nederlandse bewaarplicht", reageert D66-Tweede Kamerlid Gerard Schouw. "De Raad is helder in zijn uitspraak; dat is het geval. Ik ga er vanuit dat staatssecretaris Teeven per direct de bewaarplicht intrekt. Het kan niet zo zijn dat Nederland na de Europese en Nederlandse uitspraken door blijft gaan met opslag van deze gegevens."

D66 noemt het opmerkelijk dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie pas zo lang na het advies van de Raad van State met een wijziging op het gebied van de bewaarplicht komt.