In 2013 is 2,3 miljoen keer informatie opgevraagd over de eigenaar van een telefoonnummer of ip-adres. Dat is iets minder dan een jaar eerder.

Het cijfer wordt bekendgemaakt in het jaarverslag van het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT), dat dinsdag is gepubliceerd.

De instantie geeft opsporingsdiensten toegang tot persoonsgegevens die staan opgeslagen bij telecom- en internetproviders. Als een ip-adres kinderporno heeft verspreid, kan de politie zo bijvoorbeeld de bijbehorende internetgebruiker vinden.

Aantal aanvragen

Politie Oost-Nederland 406.996
Politie Rotterdam 309.214
Politie Den Haag 293.681
Politie Amsterdam 275.331
Politie Noord-Nederland 193.479
Politie Zeeland-West-Brabant 167.177
Politie Noord-Holland 152.975
Politie Midden-Nederland 152.438
Politie Oost-Brabant 142.479
Politie Limburg 135.783
Politie Landelijke Eenheid 45.892
Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst 22.085
Koninklijke Marechaussee 17.381
Rijkrecherche 12.169
Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst 7.790
112-centrale 1.285
Landelijk Parket 1.000
Voedsel- en Warenautoriteit 527
Inspectie voor de Gezondheidszorg 33

In 2013 werden gegevens 2,34 miljoen keer opgevraagd. In ongeveer 90 procent van de gevallen leverde dat inderdaad gegevens op. In 10 procent van de gevallen was een persoon, telefoonnummer of ip-adres dus niet bekend bij de Nederlandse providers.

In totaal werden bijna 2,7 miljoen antwoorden gestuurd aan opsporingsdiensten. Dat aantal ligt hoger dan het aantal verzoeken, omdat mensen soms meerdere keren voorkomen in de database, met verschillende telefoon- en internetverbindingen.

Oost-Nederland

Het aantal bevragingen ligt ongeveer 15 procent lager dan een jaar eerder, en is ongeveer op hetzelfde niveau als in 2011. In 2009 kreeg het CIOT de meeste informatieverzoeken (2,9 miljoen).

De nationale politie-eenheid Oost-Nederland vroeg het vaakst gegevens op (406.996 keer), gevolgd door de regio's Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.