NEW YORK - Vijfendertig jaar nadat computerwetenschappers aan de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA) twee computers met vijf meter snoer aan elkaar koppelden om het uitwisselen van gegevens tussen netwerken te testen, is het systeem dat uiteindelijk het internet zou worden nog lang niet af.

Onderzoekers experimenteren met mogelijkheden om de opslagcapaciteit en snelheid te vergroten en programmeurs proberen de websites intelligentie mee te geven. Ook worden pogingen in het werk gesteld om het netwerk opnieuw in te richten en zo beter te beveiligen tegen spam en virussen.

Stephen Crocker en Vinton Cerf waren onder de postdoctorale studenten die op 2 september 1969 samen met professor Len Kleinrock van de UCLA toekeken toen de twee computers elkaar betekenisloze stukjes tekst doorgaven. In januari werden er drie nieuwe 'nodes' op het netwerk aangesloten. Na enkele jaren volgde e-mail, in de jaren '70 het basiscommunicatieprotocol TCP/IP , in de jaren '80 het systeem van domeinnamen en in de jaren '90 het World Wide Web, thans na e-mail de meest gebruikte toepassing van de computer. Het internet, oorspronkelijk ontwikkeld ten behoeve van defensie en onderwijs, deed zijn intrede in bedrijven en woningen in de hele wereld.

Multimedia

Crocker werkt tegenwoordig nog steeds aan het internet. Hij probeert beter communicatiegereedschap te ontwerpen. En als hoofd veiligheid van het belangrijkste controleorgaan van het internet probeert hij het adressenbestand te beschermen tegen bedreigingen van buitenaf. Hij erkent dat het internet dat hij heeft helpen opbouwen allesbehalve af is en er komen bijvoorbeeld veranderingen om aan de groeiende vraag naar multimedia te kunnen voldoen. Providers doen wat ze kunnen, maar video-bestanden komen nog altijd niet goed door.

Cerf, die tegenwoordig bij het communicatiebedrijf MCI werkt, zou willen dat hij het internet had ontworpen met ingebouwde beveiliging. Microsoft, Yahoo, America Online en andere computerbedrijven proberen achteraf nog een systeem in te bouwen dat gebruikers van e-mail kan identificeren om te voorkomen dat er via valse adressen junk wordt verspreid. Een van de andere projecten die Cerf om handen heeft is het ontwikkelen van een nieuw nummeringssysteem (IPv6) voor internet. En in samenwerking met de NASA probeert hij het net uit te breiden tot de ruimte, om de communicatie met ruimteschepen te verbeteren.

Veel van de systemen die vandaag worden ontwikkeld hadden in het begin helemaal niet kunnen worden ingebouwd vanwege de traagheid en de geringe bandbreedte, zegt Cerf. "Met de instrumenten die we toen hadden hebben we gedaan wat we redelijkerwijs konden."

LambdaRail

Terwijl de techneuten sleutelen aan de basisopbouw van het internet, overwegen sommige wetenschappelijke onderzoekers in hun streven naar grotere snelheid parallel aan het internet aparte systemen op te zetten. Op die manier hoeven veel ruimte eisende applicaties als videoconferenties, brain imaging en klimaatonderzoek niet meer te concurreren met e-mail en e-commerce. Sommige toepassingen zijn zo data-intensief dat het gewoon niet praktisch is om ze op het huidige internet uit te voeren, zegt Tracy Futhey, voorzitster van National LambdaRail. Deze organisatie stelt aan haar leden hogesnelheidskanalen ter beschikking waar zij hun informatie zonder hinder van ander verkeer direct van punt a naar punt b kunnen sturen. LambdaRail heeft kortgeleden zijn eerste optische connectie voltooid, die van San Diego via Seattle en Pittsburg naar Jacksonville in Florida loopt. Voor volgend jaar zijn nieuwe verbindingen gepland.

Internet2

Diepzeeonderzoeker Robert Ballard heeft een ander alternatief netwerk, Internet2, gebruikt voor directe, interactieve presentaties vanuit het wrak van de Titanic, dat hij in 1985 ontdekte. De bandbreedte van het internet levert volgens hem "waardeloze video" op en kan niet op tegen "uit het raam kijken". Via Internet2 kunnen geavanceerde camera's de kleinste details laten zien.

Internet2, honderdmaal zo snel als de doorsnee breedband waar mensen thuis mee werken, is tot nu toe alleen beschikbaar voor selecte universiteiten, bedrijven en instellingen. Onderzoekers verwachten echter dat naarmate het onderzoek vordert, de techniek uiteindelijk ook terecht zal komen bij het gewone internet.

Terwijl Internet2 en LambdaRail data steeds sneller proberen te versturen, onderzoekt het World Wide Web Consortium hoe de informatie steeds slimmer kan worden gemaakt. Semantic Web is een nieuwe generatie netwerk dat het computers gemakkelijker moet maken meer soorten gegevens op te pikken en te verwerken. Denk aan medische teams die onderzoek doen op verwante terreinen. Het Semantisch Web plakt etiketjes op de informatie in de databases en koppelt die aan elkaar, ook al gebruiken de teams verschillende terminologie. Uiteindelijk moet er software worden ontworpen die bij het verwerken van de gegevens conclusies trekt waar nu nog mensen voor nodig zijn.

De veranderingen verlopen niet soepel. Zo had IPv6 eigenlijk al vijf jaar geleden de nieuwe standaard moeten worden, maar het overgrote deel van de soft- en hardware werkt nu nog met het oudere IPv4, dat snel aan het vollopen is. En internet heeft te maken met algemene weerstand van de gevestigde machten die de dingen willen houden zoals ze zijn: bedrijven die winst hoger achten dan het algemene goed; copyrighthouders die hun muziek en films willen beschermen; regeringen die informatie willen controleren of hun burgers in de gaten willen houden.

Begin augustus verklaarde de Amerikaanse Federale Communicatiecommissie dat telefoneren via internet onder dezelfde voorwaarden als andere telefoonlijnen mag worden afgetapt. Dat zou betekenen dat internetproviders hun systemen zouden moeten aanpassen om dat voor de politie mogelijk te maken. Jonathan Zittrain, hoogleraar aan het Berkman Centrum voor Internet en Maatschappij aan de universiteit van Harvard, vindt het een dubieuze ontwikkeling. Als zulke krachten zich gaan bemoeien met de open structuur van het internet is er volgens hem weinig ruimte meer voor experimenten en innovaties als het World Wide Web, ontstaan uit een onofficieel project aan een Zwitserse universiteit.