Met een investering van 3 miljoen euro in de zak kan de digitale nieuwskiosk Blendle een internationale uitrol inzetten. Oprichters Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn vertellen NU.nl over het proces dat leidde tot de investering en de plannen voor de toekomst.

Op Blendle, dat door investeerders Axel Springer en The New York Times op 13 miljoen euro wordt gewaardeerd, kunnen artikelen uit kranten en tijdschriften los worden aangeschaft voor prijzen van doorgaans enkele tientallen eurocenten.

De gesprekken met Axel Springer kwamen op gang toen de uitgever van Bild, de grootste krant van Europa, zelf vroeg om een afspraak met de oprichters van Blendle. "Het was de eerste uitgever die ooit bij ons op kantoor kwam", zegt Blankesteijn. 

"Bij Nederlandse uitgevers moesten we op onze knieën langs: 'Mogen we alsjeblieft een keertje langskomen voor een afspraak?' Vervolgens mailt de grootste uitgever van Europa of ze eens een keertje uit Berlijn over kunnen vliegen om te zien waar we zitten."

Kuifje naar Londen

Bij de lancering van Blendle, in april, had het bedrijf genoeg geld voor een half jaar. Het opstartgeld kwam voornamelijk uit de zak van Klöpping en Blankesteijn zelf, naast een subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers. Al voordat de site voor iedereen beschikbaar was moesten de oprichters zich richten op het ophalen van meer geld.

Daarom nam Klöpping nog tijdens de testfase van Blendle contact op met potentiële investeerders in Nederland en Engeland. "Met die [durfkapitalisten] was het heel lastig. Ze zeiden: 'Je hebt honderd man in je product, het is niet af en het is niet bewezen dat er een markt voor is.'"

"Ik deed dit ook voor het eerst. Ik heb wel boekjes gelezen en met mensen gepraat, maar voor mij is het ook een beetje Kuifje die naar Londen gaat."

Snel bleek echter dat Blendle levensvatbaar was. Het exacte gebruikersaantal en de omzet maakt de startup niet bekend, maar de inkomsten stegen in de afgelopen drie maanden met tussen de 10 en 43 procent per maand. Er zijn meer dan 100.000 geregistreerde gebruikers, waarvan ruim 20 procent het gratis starttegoed heeft opgewaardeerd.

Uitstel van executie

Om een internationale uitbreiding te financieren besloot Blendle dat een bedrag van 3 miljoen euro nodig was. Vervolgens moest nog worden bepaald hoeveel aandelen investeerders daarvoor in handen zouden krijgen.

"Ik dacht: iemand gaat op een excelsheet uitrekenen wat een bedrijf waard is, of wat het waard kan worden. En vervolgens vertaal je dat naar die 3 miljoen en daar komt dan een percentage uit", zegt Blankesteijn.

De waarde van een startup als Blendle nauwkeurig schatten is volgens hem echter "niet te doen". "Misschien lukt het ons niet om Blendle naar wat voor land ook te krijgen en dan is tien miljoen veel te veel. Misschien krijgen we het voor elkaar om het naar twintig landen te krijgen en dan is het misschien op termijn meer waard."

"Het staat in geen enkele verhouding met de waarde die er daadwerkelijk nu is", zegt Klöpping over de 13 miljoen euro waarop zijn bedrijf wordt gewaardeerd. "Vrienden die een restaurant hebben, snappen niet hoe dit soort bedragen ontstaan."

"Bij ons is het speculatie op internationale uitbreiding. Want dat is waar dat geld uiteindelijk voor is, niet voor Nederland. In Nederland houden we zonder investeringen het hoofd niet boven water, want we verdienen niet genoeg."

"Maar met de investering wordt het mogelijk om het op schaal te krijgen. Met schaal kun je ervoor zorgen dat we genoeg stukjes van 30 cent verkopen om het bedrijf duurzaam te maken. Maar het is ook nog maar de vraag of dat gaat gebeuren."

Klöpping zegt dat het buitenland wellicht meer inkomsten zal opleveren, maar dat de kosten ook omhoog gaan met een internationale uitbreiding. "Eigenlijk overbrug je hiermee een periode in de tijd en stel je de executie langer uit."

Gloeiende introductie

De Blendle-oprichters verwachten dat het makkelijker zal worden om buitenlandse uitgevers geïnteresseerd te krijgen in de dienst, nu de namen en het geld van de New York Times en Axel Springer eraan verbonden zijn.

"Ze hebben natuurlijk enorme netwerken", zegt Klöpping. "Ik kan nu de New York Times bellen en vragen wie belangrijk is bij Condé Nast, de uitgever van Wired en Vanity Fair. Tot nu toe moest ik dat allemaal zelf uitzoeken op Linkedin en via-via. Nu kan ik mensen die heel hoog in de boom zitten bij de New York Times vragen wie ik daarvoor moet hebben en dan krijg ik een gloeiende introductie. Dat maakt het toch wel wat makkelijker."

Ook tonen uitgevers uit het buitenland zelf steeds meer interesse in Blendle. Waar Nederlandse kranten en tijdschriften in eerste instantie terughoudend waren over de startup die hun artikelen op een aparte site wilde plaatsen, gaat dat met de gebruikscijfers van Blendle in handen inmiddels een stuk makkelijker. Het toevoegen van het Britse tijdschrift The Economist aan de site was volgens Klöpping "bizar simpel".

"Wij zijn Nederland gewend, waar twintig gesprekken nodig zijn om ook maar iets gedaan te krijgen. Bij The Economist zijn we één keer geweest en hebben we verder een beetje heen en weer gemaild. Dat was de grootste vis die we hebben binnengehaald, en die was het simpelst." 

De beschikbaarheid in Blendle zou bovendien hebben gezorgd voor een extra toestroom van Nederlandse abonnees voor The Economist. "Het is een soort marketing."

Pixels kapotneuken

Blankesteijn en Klöpping gaan zich persoonlijk vooral richten op de internationale uitbreiding, en zullen zich minder bezighouden met de ontwikkeling van de site zelf. "Ik heb heel veel vertrouwen in de mensen die dat nu doen", zegt Klöpping. "Het is al een tijdje zo en het gaat heel goed."

Helemaal afstand nemen van de productontwikkeling zijn de oprichters van Blendle echter niet van plan. "We kunnen het allebei niet laten om ons tegen het product aan te bemoeien. Dat is ook het enige waar we echt ruzie over maken."

"Ik blijf consequent tijd maken om iedere pixel kapot te neuken, want ik vind zelf dat ik daar heel erg goed in ben. Mart is er ook heel goed in om dingen simpeler te maken. Eigenlijk zouden we het moeten loslaten, maar dat gaan we niet doen."

Artikelsuggesties

In de toekomst zal Blendle zich vooral richten op het verbeteren van de artikelsuggesties die gebruikers te zien krijgen. Nu kunnen Blendle-gebruikers zien welke artikelen worden aanbevolen door anderen en is er een redactie die onder meer nieuwsbrieven samenstelt.

"Het is heel goed hoe die redactie dat doet, maar het zou eigenlijk voor een groot deel algoritmisch samen te stellen moeten zijn", zegt Klöpping. Een eerdere proef met een nieuwsbrief die automatisch werd gegenereerd was echter nog niet succesvol genoeg.

De keuzes die de redactie nu maakt willen nog wel eens leiden tot klachten van aangesloten media. "Laatst hebben we 's ochtends een keer niet acht of tien artikelen gestuurd, maar aan de helft van de mensen maar één artikel", vertelt Blankesteijn. "Een aantal hoofdredacteuren kreeg dat ene artikel, met een soort tekst dat dit het enige goede artikel van vandaag was. Toen hadden we allemaal briesende hoofdredacteuren in de mail: 'Hoe bedoel je het enige goede stuk!?'"

De ontwikkelaars van Blendle werken ook aan een app voor iOS waarin artikelen te lezen zijn. In eerste instantie zullen daarin alleen keuzes van de redactie te zien zijn, en kan niet worden gebladerd door kranten en tijdschriften.

Net als op de site worden artikelen getoond in de stijl van het betreffende nieuwsmedium, zo demonstreert Klöpping. Er wordt standaard een foto en introductietekst getoond. Door vervolgens omhoog te swipen kunnen gebruikers het hele artikel aanschaffen.

"We gaan gefaseerd kijken hoe mensen dit gebruiken. Lezen ze één artikel per dag of tien? Met die data gaan we weer kijken hoe we de app beter kunnen maken."

Nederlands vlaggetje

"Ik kan nog steeds amper geloven dat het gelukt is. We hebben echt gemaakt wat we zelf wilden gebruiken en nu kan ik kranten lezen op de manier die ik wil, dus ik ben in principe gewoon blij nu", concludeert Klöpping. "Ik ben echt trots dat ik met mijn Nederlandse vlaggetje het New York Times-gebouw in ga en dan naar de bovenste verdieping mag." 

Het Nederlandse DNA van Blendle zal ook in het buitenland zichtbaar zijn op de site. De oprichters hebben bijvoorbeeld een Duitse foutmelding voor ogen met een foto van een brandende caravan. Ook wordt gewerkt aan de vertaling van het woord 'supersympathiek', dat te zien is als geld wordt teruggestort na het lezen van een tegenvallend artikel.

Uiteindelijk moet Blendle internationaal een alomtegenwoordig platform worden. "Wat wij willen is dat je op iedere journalistieke site met Blendle kan betalen, of je nou een artikel tegenkomt uit de Wall Street Journal of uit een krant in Zuid-Afrika." 

"Journalistiek is geld waard, dus daar moet een harde muur tussen. Je moet niet dingen gratis online gaan zetten als je journalistiek maakt. Maar op het moment dat je wil betalen moet het ook zo simpel zijn als één klik. Het maakt me niet uit of je het op Blendle leest of op de site van een krant, er moet altijd een soort 'Betaal met Blendle'-knopje staan."

Hebben de oprichters nog een leven naast Blendle? "Nee", erkent Klöpping. "Maar het is leuk, hoor. Je moet een beetje fundamentalistisch zijn, dat hoort erbij."