Apple heeft volgens de Europese Commissie belastingdeals gemaakt met de Ierse regering. Dat zou in feite neerkomen op staatssteun en daarmee illegaal zijn onder de Europese wet. Maar Apple weet ook zonder die vermeende regelingen zijn belastingdruk fors te verlagen dankzij Ierland.

Hoewel zijn hoofdkantoor in Cupertino, Californië gevestigd is, heeft Apple verschillende holdings en dochterondernemingen verspreid over de hele wereld, waaronder enkele in Ierland. Een deel daarvan bestaat vrijwel alleen op papier en heeft zodoende geen medewerkers. Toch zijn deze bedrijven essentieel voor de winstgevendheid van Apple.

Zo werd vorig jaar nog bekend dat Apple over alle inkomsten buiten de Verenigde Staten slechts twee procent belasting zou hebben betaald, hoewel vrijwel alle landen waarin het actief is een veel hoger belastingtarief hanteren. De Ierse dochteronderneming Apple Operations Europe heeft zelfs nog nooit een belastingaangifte gedaan, ondanks een inkomen van dertig miljard dollar tussen 2009 en 2012. 

Een tweede Ierse dochter, Apple Sales International, verdiende in diezelfde periode 74 miljard dollar, maar betaalde daar effectief 0,002 procent belasting over. Dat terwijl het officiële tarief voor bedrijven op 12,5 procent ligt. 

Apple weet zijn belastingdruk laag te houden door het internationale belastingrecht in zijn voordeel te gebruiken. Verschillende landen hebben verschillende regels en ook onderling gelden afwijkende afspraken. Het uiterste daarvan is de Double Irish with a Dutch Sandwich, waarbij geld langs Ierland naar Nederland wordt gesluisd en vervolgens weer naar Ierland, soms met een tussenstop op de Kaaimaneilanden. 

Vanzelfsprekend zoekt Apple daarbij de grenzen op van wat belastingtechnisch mogelijk is. Zo is het veel gunstiger om kosten te laten drukken op de winst in een land met hoge belastingtarieven. En om zoveel mogelijk winst te laten vloeien naar een dochteronderneming in een land waar het belastingpercentage veel lager ligt.

Transferprijzen

Dat werkt onder meer via zogeheten transferprijzen, de prijzen die een concern rekent aan zijn moeder- of dochterondernemingen via interne handel. Dat kan voor fysieke producten zijn, zoals Apples iPhones en iPads, maar geldt ook voor de licentie van bepaalde intellectuele eigendommen. 

Apples Ierse dochterondernemingen hebben bijvoorbeeld samen het creatieve recht op de in Europa verkochte Apple-producten, waardoor de daaruit voortvloeiende inkomsten ook op naam van die bedrijven komen, in plaats van op Apple als moederbedrijf. Voor die licentie betalen de Apple-dochters het moederbedrijf een bepaald bedrag, een transferprijs.

De potentie tot belastingbesparing ontstaat dankzij de regelgeving rondom deze transferprijzen. Voor Apple is het namelijk extreem gunstig om een zo laag dan wel hoog mogelijke transferprijs te hanteren, afhankelijk van of het verkoopt dan wel inkoopt. En even los gezien van die regels.  

In het eerste geval kan Apple in de Verenigde Staten zijn inkomsten minimaliseren en zo de belastingverplichting in dat land laag houden. Zo zou het moederbedrijf bijvoorbeeld het intellectuele eigendom van Apple-producten in Europa voor nul euro aan zijn Ierse dochter kunnen verkopen. De moeder boekt vervolgens nul euro winst. Ondertussen vloeit alle omzet uit de verkoop van die Apple-producten wel naar de Ierse dochter, die standaard een veel lager belastingpercentage betaalt. 

In het tweede geval werkt het precies andersom. Apples dochter in Ierland zou iPhones en iPads voor een zo hoog mogelijke prijs kunnen verkopen aan de verschillende officiële Apple-winkels in Europese landen, die een minder gunstig belastingklimaat kennen. Zo kunnen die vestigingen hogere kosten noteren (en dus minder winst) en blijft het grootste deel van de marge per verkocht product aan de Apple-onderneming in Ierland. 

Regels

Logischerwijs zijn er regels verbonden aan zulke transferprijzen, anders is het belastingvoordeel in theorie oneindig. Zo hanteert de VS de verplichting dat de gerekende prijzen marktconform moeten zijn, alsof Apple zijn producten of intellectuele eigendommen aan een derde partij zou verkopen. In Ierland is die zogeheten ‘At arms length’-clausule ook in de wet opgenomen, maar voor 2010 bestond nog geen aanvullende regelgeving over hoe dat voor de belasting geregeld moet worden.

Die is er nu wel, maar Ierland zou voor Apple mogelijk een uitzondering maken en het bedrijf een speciale behandeling geven. Bijvoorbeeld door toe te staan dat interne transacties richting en vanuit de Ierse Apple-dochters niet marktconform geprijsd waren. Met als gevolg grote belastingvoordelen voor Apple, wat weer opgevat kan worden als staatssteun. 

De Europese Commissie kondigde eind september aan officieel onderzoek te gaan doen naar vermeende staatssteun door Ierland.