Het is geen groot probleem dat telecomgegevens die worden gebruikt voor opsporing kunnen worden gemanipuleerd. De politie kan het detecteren wanneer dit is gebeurd.

Dat schrijft minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van een onderzoek van NU.nl.

Daaruit bleek dat het makkelijk is om telefoonnummers te 'spoofen', oftewel te bellen en sms'en met een vals telefoonnummer. Dat telefoonnummer verschijnt vervolgens ook in de administratie van telecomproviders, die kan worden gebruikt voor strafrechtelijke vervolging. 

Strafrechtadvocaten zeiden te vrezen dat opsporingsinstanties zo op het verkeerde been konden worden gezet.

Verificatie

"De politie beschikt over diverse middelen om te verifiëren of een beller gebruikmaakt van spoofing", schrijft Opstelten. "Verificatie van telefoonnummers en de gebruiker is een belangrijk onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek en dus ook de detectie van spoofing."

Hij legt niet uit hoe de politie kan detecteren dat er sprake is van spoofing. Een woordvoerder van het ministerie wilde daar woensdag geen nadere toelichting over geven. 

Wel benadrukt Opstelten dat telecomgegevens nooit als alleenstaand bewijs worden geaccepteerd. Er moet altijd aanvullend bewijs worden geleverd voordat iemand kan worden veroordeeld.

Opstelten zegt dat er nog nader onderzoek wordt gedaan naar spoofing en betere detectie daarvan. Mogelijk volgen daar nog nieuwe maatregelen uit die de invloed van spoofing op strafrechtelijke onderzoeken verder kunnen verminderen.