'Nederland kan NSA niet alleen te lijf'

Nederland is te klein om iets tegen de NSA te kunnen beginnen.

De sleutel tegen het spioneren door de Amerikanen ligt daarom niet in Nederland, maar in Europa. 

Dat stelt Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) in een interview met NU.nl.

Volgens Kohnstamm moet er vanuit de Europese Unie desnoods worden gedreigd. Hij schetst dat Europa verdragen met de Verenigde Staten zou kunnen opzeggen, dat het een eigen cloud zou kunnen bouwen en een eigen stimuleringspolitiek zou kunnen voeren zodat Europa niet meer afhankelijk is van Sillicon Valley en grote Amerikaanse bedrijven.

"Dan wordt Amerika verplicht economisch en financieel naar Europa te luisteren", zegt Kohnstamm. "De overheersing van het Amerikaanse bedrijfsleven is zo groot dat privacywetgeving in heel Europa nodig is om daar zoveel mogelijk een beperking in aan te brengen."

Europese diensten

In gesprekken die Kohnstamm met de Amerikanen voerde werd telkens verwezen naar de Europese diensten. "Ze zeiden steeds: 'Waarom komen jullie bij ons zeuren? Ga eens naar je eigen diensten toe!'”

Volgens Kohnstamm is het wel logisch om eerst naar je eigen diensten te kijken, maar de NSA is qua omvang zoveel groter dan bijvoorbeeld de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) dat het niet realistisch is om alleen naar Europese diensten ondeling te kijken.

"De NSA heeft zo'n zeventig- tot tachtigduizend werknemers. Dat is de beroepsbevolking van Tilburg. Ze hebben een budget dat dicht in de buurt van het Nederlands nationaal product komt." 

De AIVD beschikt volgens Kohnstamm over vijftienhonderd mensen en heeft een budget van 200 miljoen euro waar nog eens 20 procent op wordt gekort. "Is een bedrijf als de NSA niet zodanig uit de klauwen gegroeid dat het daarom al niet onder controle gehouden kan worden?"

Bekijk een deel van het interview:

Geen rol

De onthullingen over de NSA noemt Kohnstamm 'een dramatisch feitencomplex'. Hoewel de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in eerste instantie niet tot zijn werkterrein horen, vindt hij dat dat in het geval van de NSA-kwestie wel zou moeten.

"De privacy van burgers is wel degelijk in het geding is. Wij hebben ons er daarom mee te bemoeien."

Voor het CBP is het door hun omvang moeilijk in dit soort situaties de rechten van burgers te beschermen. "Je kunt niet van een toezichthouder met zeventig mensen in dienst verwachten dat het al die bescherming kan regelen." 

De CBP-voorman wijst er op dat de VS en Europa twee verschillende systemen hebben hoe er met persoonsgegevens mag worden omgegaan. Juist dat verschil maakt dat het CBP soms wordt geconfronteerd met bedrijven die worden gemangeld tussen de Amerikaanse en Europese wetgeving. Ook het verschil in behandelen van burgers valt op.

De grootste angst van Kohnstamm is nu dat de Amerikanen beloven de gegevens van Europese burgers niet langer anders te behandelen dan die van hun eigen burgers. Het opheffen van die discriminatie lost namelijk weinig op. 

"Dat is een doekje voor het bloeden omdat ook veel Amerikanen niet wisten wat er gebeurde en ook zij hebben weinig rechten."

Aanslagen voorkomen

Dat het noodzakelijk is zo diepgravend te spioneren om terreur te bestrijden noemt Kohnstamm 'onlogisch'. Het zoeken naar terroristen wordt volgens hem niet makkelijker door de hoeveelheid gegevens waarin wordt gezocht te vermeerderen. 

"Het grote probleem van veiligheidsdiensten is dat er zo ontzettend weinig terroristen zijn en dat je dus relatief gesproken meer informatie moet verzamelen dan je lief is."

Het argument dat gegevens worden gebruikt die mensen toch al vrijgeven noemt hij een 'grote leugen'.

"Ben ik vrij om bij het werk dat ik doe geen mobiele telefoon te hebben en niet met internet te werken? Heb ik de keuze om niet met een pasje mijn kantoor binnen te komen of geen geld uit de muur te trekken?" 

Dergelijke zaken links laten liggen betekent volgens Kohnstamm hetzelfde als kiezen voor een leven als kluizenaar.

Lees meer over:
Tip de redactie