Het Nederlandse internet bestaat zondag 25 jaar. In een kwart eeuw is de Nederlander verknocht geraakt aan internet.

Piet Beertema van het Centrum Wiskunde en Informatica (CWI) kreeg op 17 november 1988 het eerste trans-Atlantische e-mailbericht. Daarmee was Nederland, na de Verenigde Staten, het tweede land ter wereld dat officieel toegang kreeg tot NSFnet, de voorloper van het internet.

Het netwerk was toen bedoeld voor wetenschappelijke en militaire doeleinden. 25 jaar later is internet in een groot deel van de wereld en zeker in Nederland gemeengoed geworden en zijn we de voorsprong op veel andere landen nog steeds niet kwijt.

In 1988 kreeg Nederland echter niet als tweede toegang vanwege ging een technische voorsprong. De Nederlandse wetenschappelijke wereld had goede contacten met Amerikaanse internetpionier Rick Adams die destijds werkte bij NSFnet.

Internettoegang

In 2012 had 94 procent van alle Nederlandse huishoudens toegang tot internet. Daarmee voert Nederland de internationale lijsten aan. Per 100 inwoners zijn er 39 breedbandaansluitingen. Van alle OESO-landen (34 ontwikkelde landen waaronder veel Europese landen) heeft alleen Zwitserland met ruim 41 breedbandverbindingen per 100 inwoners er meer.

Van oudsher wordt er van internet gebruikgemaakt via desktops en laptops. In 2012 was een pc te vinden in 93 procent van de Nederlandse huishoudens waardoor zo'n 12,5 miljoen Nederlanders de beschikking hadden over een laptop of desktop.

Uiteraard is het dataverbruik in Nederland de afgelopen jaren gestegen. In december 2011 werd er bij het internetknooppunt Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX) 300.000 terabyte aan data geregistreerd. In december 2012 was dat 429.000 terabyte en in oktober 2013 maar liefst 512.000 terabyte.

Laptops worden het meest gebruikt om online te gaan. Desktops stonden lang bovenaan, maar staan nu op de tweede plaats. Smartphones en tv's zijn sterk in opkomst.

Internetsnelheid

Ook wat betreft de snelheid van het vaste internet loopt Nederland voor. De gemiddelde internetsnelheid is 10,1 Mbps. Daarmee staat ons land wereldwijd op plek zes. De snelheid neemt bovendien nog steeds toe.

83 procent van de Nederlanders heeft internet sneller dan 4 mbps. Ongeveer een op de drie beschikt bovendien over een verbinding van ruim 10 Mbps.  Zo'n zes jaar geleden lag de gemiddelde internetsnelheid in Nederland op nog slechts 4,5 Mbps. In landen als Turkije en Zuid-Afrika wordt die gemiddelde snelheid nu nog niet eens gehaald.

XS4ALL laat aan NUtech weten dat het toen het bedrijf in 1999 met ADSL begon een abonnement had voor 99 gulden per maand waarvoor de klant 1 Mbps downloadsnelheid kreeg. Voor de verbinding moest ook 650 gulden aan aansluitkosten worden betaald.

In Nederland loopt 51 procent van de breedbandaansluitingen via DSL en 44 procent via de kabel. Glasvezel is in opkomst, maar het aandeel blijft beperkt.

In Flevoland hebben de meeste mensen beschikking over glasvezel terwijl er in Zeeland nog helemaal geen mogelijkheid tot glasvezel is. Het aantal huishoudens dat toegang heeft tot deze vorm van internet is niet het daadwerkelijk aantal huishoudens dat ook glasvezel afneemt. Het is het aantal huishoudens dat een glasvezelabonnement zou kunnen nemen.

In heel Nederland kan 20 procent van de huishoudens toegang krijgen tot glasvezel.

Internetgebruik

Ook het gebruik van internet is sinds 1988 heel erg veranderd. Zo ging in 2005 nog geen 70 procent van de mensen dagelijks online terwijl dat in 2012 87 procent was. Ook de plek waar van (vast) internet gebruik wordt gemaakt, is veranderd. Thuis blijft de belangrijkste locatie, maar 51 procent gebruikt internet nu ook op het werk.

Vooral het gebruik van internet bij iemand anders is tussen 2005 en 2012 gegroeid. Zeven jaar geleden deed nog slechts 15 procent dat. In 2012 was het 30 procent. Dat is te verklaren door de opkomst van wifi.

Webwinkelen

Waar internet voorheen vooral gebruikt werd om te e-mailen en te surfen is webwinkelen de afgelopen jaar steeds populairder geworden. 80 procent van de personen met internet doet dit inmiddels. Zes jaar geleden was dat nog slechts 61 procent.

Ook geven steeds meer mensen aan frequent online te winkelen. Dat wil zeggen minimaal eens in de drie maanden.

In de eerste helft van 2013 zetten alle webwinkels samen in Nederland 5 miljard euro om. Het aantal bestellingen kwam op 46 miljoen uit en per bestelling werd 109 euro uitgegeven.

Communiceren

Communiceren blijft echter de belangrijkste activiteit op het internet. 95 procent van de Nederlandse internetters communiceert online via e-mail. Ongeveer een kwart van de mensen gebruikt bijvoorbeeld Skype om te communiceren.

Naast e-mail wordt er veel gebruikgemaakt van sociale media. Twee derde van de Nederlanders is volgens het CBS actief op sociale netwerken. Van de jongeren (12 tot 25 jaar) maakt zelfs 95 procent gebruik van sites als Facebook, Twitter en Instagram.

Volgens Facebook Nederland gebruiken 7,8 miljoen Nederlanders de website. Uit onderzoek onder 13.500 Nederlanders bleek begin 2013 al dat de groei van Facebook en Twitter stagneert. Sociale netwerken als Instagram en Pinterest zijn juist in opkomst.

Internetbankieren

Ook bijvoorbeeld internetbankieren is inmiddels helemaal ingeburgerd. Acht op de tien mensen bankiert (ook) online. Door de populariteit van smartphones is een deel van het online bankieren zelfs mobiel geworden.

Bij ABN Amro maken 760.000 mensen gebruik van de apps en bij ING 1,2 miljoen. In totaal zou het gebruik van applicaties voor mobiel bankieren in 2012 zijn verdubbeld.

Verder gebruiken bijna alle Nederlandse internetters een zoekmachine. E-mails met bijlages versturen doet 86 procent, maar het ontwerpen van een website heeft slechts 20 procent van de mensen wel eens gedaan.

Ouderen

Logischerwijs zijn ouderen minder vaardig op het web. Het CBS deelde medio 2013 voor het eerst cijfers over 75-plussers op het internet. Een derde van de mensen in deze leeftijdscategorie maakt gebruik van internet. In de leeftijdscategorie van 65 tot 75 jaar is dat zelfs 74 procent.

E-mail is bij de 75-plussers de populairste activiteit, maar bijvoorbeeld online winkelen (11 procent), sociale media (9 procent) en chatten (9 procent) zijn veel minder populair onder ouderen.

Het .nl-domein floreert dankzij het grote aantal internetters al jaren. Medio 2012 waren er per duizend inwoners 301 .nl-domeinnamen geregistreerd. Dat is de hoogste ratio van alle OESO-landen.

In totaal zijn er ruim vijf miljoen website die afsluiten met .nl. Dat aantal groeit nog steeds, hoewel het minder hard gaat dan voorheen. In 2012 kwamen er 316.000 domeinnamen bij terwijl dat er in 2011 nog 607.300 waren, het hoogste aantal nieuwe .nl-domeinen ooit.

Mobiel

Naast vast internet is in Nederland ook mobiel internet populair. Vorig jaar waren er 59 mobiele breedbandaansluitingen per 100 inwoners. Dat zorgt voor een enorme toename van het mobiele dataverkeer. In de eerste helft van 2008 omvatte het totale mobiele dataverkeer in Nederland 342 terabyte. In de eerste helft van 2012 groeide dat naar 9500 terabyte. Nog steeds veel minder dan het vaste dataverkeer dus.

De opkomst van mobiel internet heeft er onder meer voor gezorgd dat we veel minder zijn gaan sms'en. In het derde kwartaal van 2011 werden er door Nederlanders nog ruim 2,6 miljard sms'jes verstuurd. In het tweede kwartaal van 2013, nog geen twee jaar later, waren dat er nog 1,39 miljard.

Het mobiele dataverkeer zal de komende jaren waarschijnlijk fors toenemen vanwege de komst van 4G. Zowel KPN, Vodafone als T-Mobile zijn begonnen aan de uitrol van het snellere mobiele internet waarbij KPN tot nu toe de breedste dekking heeft.

Met 4G kunnen snelheden tot 50 Mbps worden gehaald. Dit zorgt volgens de providers voor een hoger dataverbruik bij klanten. Bijvoorbeeld omdat ze meer video's gaan bekijken.

Vijf mensen zonder wie het internet niet zou hebben bestaan