De zoekgeschiedenis van moordverdachten wordt steeds vaker aangevoerd als bewijs om voorbedachte raad te bewijzen.

Dat blijkt uit een inventarisatie van Computerworld.nl in samenwerking met de VU.

In februari werd bijvoorbeeld Debby R. veroordeeld voor het vermoorden van haar twee zoontjes van 10 en 7 jaar oud. Ze gebruikte daarvoor een grote hoeveelheid pillen.

Toen haar computer werd onderzocht bleek dat zij een uur voor de moord had gezocht naar informatie over zelfdoding met medicijnen. Daardoor werd bewezen dat zij handelde met voorbedachten rade.

Zij kreeg daarom 16 jaar cel, in plaats van de 6 tot 10 jaar die ze waarschijnlijk zou hebben gekregen voor doodslag.

Perfect bewijs

Johannes Bijlsma, strafrechtonderzoeker van de VU, is positief over het gebruik van zoekgeschiedenis in moordzaken. "De rechter accepteert dit soort bewijs bijna altijd en er is moeilijk onderuit te komen. De zoekgeschiedenis is in deze zaken eigenlijk het perfecte bewijs voor voorbedachten raad", zegt hij.

Hij vergelijkt het met een persoonlijk dagboek dat wordt gevonden in het huis van een verdachte. Net als het dagboek is de zoekgeschiedenis volgens Bijlsma 'fair game' voor de rechtbank.

Meestal wordt de zoekgeschiedenis achterhaald via de computer van de verdachte. Ook internetproviders en zoekmachines zelf kunnen met een gerechtelijk bevel worden gedwongen om de zoekgeschiedenis vrij te geven, maar dat gebeurt in Nederland een stuk minder.