Nederlandse burgers moeten zich over een paar jaar online kunnen identificeren met een pas met een chip. Deze pas moet veiliger zijn dan DigiD.

Dat schrijft minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk (PvdA) aan de Tweede Kamer. In Duitsland en België wordt al gewerkt met een dergelijke pas.

Ten opzichte van DigiD worden bij een zogenoemde eID-pas twee aanvullende maatregelen genomen: een uitgifte in persoon bij bijvoorbeeld een balie en een digitaal middel dat aan de hoogste veiligheidsnormen voldoet, zoals een chip.

Volgens een woordvoerder lijkt het systeem op dat van internetbankieren, waarvoor bij de meeste banken een pas en een apart kastje nodig zijn.

Bedreigingen

De eID moet veiliger worden dan de huidige DigiD, in reactie op 'veranderende technologische mogelijkheden en bedreigingen'. Bij DigiD is geen fysiek bewijs nodig, alleen een wachtwoord eventueel aangevuld met een sms-code.

Plasterk schrijft in de Kamerbrief dat identiteitsfraude, zowel off- als online, de afgelopen jaren is toegenomen. Uit een steekproef blijkt dat tussen 2007 en 2012 13,3 procent van de Nederlandse burgers hier slachtoffer van is geweest.

De minister kondigt in de brief aan later dit jaar meer informatie te geven over het nieuwe eID-stelsel. Pas over enkele jaren wordt het systeem ook echt ingevoerd, denkt de woordvoerder.