In een jaar tijd zijn fors meer Nederlanders gebruik gaan maken van internet met een theoretische snelheid van meer dan 30 Mbps. Inmiddels beschikt ruim tweederde over internet sneller dan 10 Mbps.

Dat blijkt uit cijfers van toezichthouder Opta.

In het derde kwartaal van 2012 (juli, augustus en september) beschikte 28 procent van de huishoudens over breedbandinternet met een snelheid van minimaal 30 Mbps. Een jaar geleden was dat nog 20 procent.

De glasvezelverbindingen in Nederland zijn buiten deze cijfers gelaten.

Internetsnelheid

Tegelijkertijd nam het aantal Nederlandse huishoudens met 2 tot 10 Mbps-breedband af van 36 procent naar 34 procent. Dezelfde trend is te zien bij het aantal verbindingen die langzamer zijn dan 2 Mbps.

Breedband met een snelheid van 10 tot 30 Mbps is het populairst, maar daalde het afgelopen jaar ook het hardst. Ruim een derde van de Nederlanders (35 procent) beschikt over internet met deze snelheid. Dat is 4 procentpunt minder dan een jaar geleden.

Beweeg de cursor over de lijn om de percentages te zien. De gegevens zijn afkomstig van Opta. Bekijk hier een grote versie. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Vooral mensen die een jaar geleden een 10 tot 30 Mbps-abonnement hadden zijn dus overgestapt naar een snellere verbinding. 64 procent van de huishoudens heeft internet sneller dan 10 Mbps.

Glasvezel

Zoals gezegd is de snelheid van glasvezelverbinding niet meegerekend. Het aanbod is inmiddels flink in opkomst. 340.000 huishoudens en bedrijven beschikken inmiddels over internet via glasvezel. Dat is fors meer dan de 302.000 uit het tweede kwartaal.

Het totaal aantal breedbandaansluitingen neemt licht toe tot bijna 6,6 miljoen.