AMSTERDAM - Een kwart van de 65-plussers is wekelijks op internet te vinden. Dit blijkt uit de Internetmonitor, een onderzoek dat sinds 1995 door Trendbox wordt uitgevoerd. Nog maar een jaar geleden begaf 13% van de 65-plussers zich minimaal één keer per week op internet. In 2004 is dat opgelopen tot 25%.

Hoewel een grote groep ouderen niet op internet te vinden is, kan begin 2004 gesteld worden dat de digitale doorbraak van de oudere Nederlander een feit is. Jongeren, die internet al veel eerder ontdekt hadden, zijn als groep inmiddels vrijwel geheel online. Maar liefst 91% van de 16 tot 25 jarigen is minimaal één keer per week aan het surfen.

In algemene zin valt op, dat het wel eens gebruik van internet in één jaar gestegen is van 71% naar 76%. Een ander opmerkelijk gegeven is de groei van het aantal Nederlanders dat minimaal één keer per week on line is, van 57% naar 66%. Er zijn dus niet alleen meer Nederlanders op het internet, maar zij zijn er ook vaker dan voorheen te vinden.

Primeur

Een andere primeur is, dat het aantal vrouwen dat minimaal wekelijks over het internet surft voor het eerst gelijk is aan het aantal mannen. Vijf jaar geleden bestond de Nederlandse internetbevolking nog voor tweederde uit mannen, en voor eenderde uit vrouwen.

Als we kijken naar de groep die minimaal maandelijks on line is, dan blijkt dat Nederland na Zweden het hoogste internetgebruik ter wereld kent. De verschillen zijn daarbij minimaal: 76% van de Zweden surft minimaal maandelijks, tegen 74% in Nederland. Dit is veel hoger dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar 63% van de bevolking één keer per maand of vaker op internet actief is.