AMSTERDAM - De Nederlandse Staat eist 8,7 miljoen euro van het failliete Diginotar als vergoeding voor de gemaakte kosten na de hack bij het bedrijf. Ondertussen houdt de curator van Diginotar OPTA verantwoordelijk voor te snel handelen.

Dat meldt Diginotar-curator Rocco Mulder van Pot Jonker Seunke Advocaten in antwoord op vragen van NU.nl. Eind januari was de claim van de staat nog 1 miljoen euro. "Dat is inmiddels opgelopen tot 8,7 miljoen", stelt Mulder.

Tijs Manten, woordvoerder van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bevestigt het bedrag. "We hebben Diginotar aansprakelijk gesteld voor de kosten."

"Dat heeft te maken met de kosten die het Rijk heeft moeten maken om nieuwe certificaten te krijgen, Diginotar na het faillissement in de lucht te houden en allerlei andere kosten rond de inbraak."

De curator betwijfelt of de overheid het geld ooit zal terug zien, mocht een rechter de claim toewijzen. "Daarvoor moet er wel voldoende geld in kas zitten en dat zie ik niet", stelt Mulder.

OPTA

Ondertussen is de curator ook in een tweede conflict met de overheid verwikkeld. Hij is het niet eens met het besluit van toezichthouder OPTA om de overheidscertificaten in te trekken. Eerder stapte het bedrijf al in kortgeding naar de rechter om de certificaten geldig te laten blijven maar het verloor toen.

Dat was een belangrijk moment, want zonder de mogelijkheid certificaten te kunnen uitgeven, is er geen bron van inkomsten. Diginotar ging daarna dan ook failliet.

Schadelijk

In de bezwaarprocedure haalt Mulder aan dat er geen gebruik had mogen worden gemaakt van het conceptrapport van beveiligingsbedrijf Fox IT. Daaruit bleek dat Diginator op veel punten niet voldeed aan eisen voor het uitgeven van certificaten. Ook is onvoldoende afgewogen dat de stap van OPTA schadelijk was voor Diginotar en zijn klanten.

OPTA verklaarde het bezwaar ongegrond, waarop de curator nu naar de rechter is gestapt. Wanneer de zaak wordt behandeld is nog niet bekend.