AMSTERDAM - Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal wil de Syrische oppositie helpen met het omzeilen van de internetblokkade die president Assad heeft ingesteld.

Uiteindelijk kan vrij internet tot de val van het regime leiden, zeggen ingewijden. Rosenthal vindt het van belang dat de wereld kennis kan blijven nemen van de situatie in het land.

Voor Adel Ghobbar lijdt het geen twijfel. "Internet was ons belangrijkste wapen in de strijd tegen het regime van Kaddafi (vorig jaar verdreven Libische ex-dictator, red.)", zegt de Libische docent van de TU Delft over de revolutie van vorig jaar in zijn land.

"Via Facebook en Twitter wist ik het in Nederland binnen enkele minuten als er weer iets was gebeurd. Dat gold niet alleen voor mij, maar voor de hele wereld. Mensen reageerden geschokt, ze kregen precies te zien wat Kaddafi met het volk deed. Internet was onze weg naar succes. Zonder de techniek hadden de Libiërs het regime nooit omver kunnen werpen. Voor de mensen in Syrië is dat niet anders."

Belangrijk punt

Minister Rosenthal haalt dan ook zeker een belangrijk punt aan door aandacht te vragen voor vrij internetverkeer, zegt hoofdredacteur Wilbert de Vries van de technologiewebsite Tweakers.net.

"In politieke kringen wordt vaak gepleit voor een exportverbod op aftaptechnologie. Dat is een krachtig signaal, maar in de praktijk blijkt dat regimes op hoofdnetwerken vaak al toegang hebben tot gegevens. Bovendien haalt een dergelijk verbod op korte termijn weinig uit. Een concrete maatregel zoals het beschikbaar stellen van inbelnummers, heeft meer resultaat."

Informatie delen

Het is een stap die de provider XS4All vorig jaar al eens in Libië zette.

De Vries: "Inbellen gaat dan via een buitenlandse server en dus buiten de overheid om. Het is een technische manier om de mensen toch van internet gebruik te laten maken. Iets duurder weliswaar, maar het is ook niet noodzakelijk dat iedere Syriër toegang heeft. Doordat de mensen met elkaar praten, wordt beschikbare informatie toch wel gedeeld."

Software

Albert Benschop, internetsocioloog aan de Universiteit van Amsterdam, denkt dat de internationale gemeenschap de Syriërs daarnaast ook kan helpen met deugdelijke software.

"Het regime zit bovenop het social mediaverkeer. Doordat de systemen niet veilig zijn, is het uitwisselen van informatie nogal riskant. Vergelijk het met de radiozenders die ons verzet in de Tweede Wereldoorlog gebruikte. Daar konden de Duitsers ook makkelijk achteraan."

Egypte

Dat social media effectief kunnen zijn, staat als een paal boven water. "We hebben het bijvoorbeeld in Egypte gezien", zegt Benschop.

"De virtuele band is goud waard voor de saamhorigheid in de oppositie en het verwerven van solidariteit. En het is beslissend voor de coördinatie. In die landen ga je pas op straat demonstreren als iedereen ervoor in de stemming is. Via social media is die stemming eenvoudig te peilen. Daarmee voorkom je dat je uiteindelijk met honderd man op een plein staat."

Verafschuwen  

Logisch dat dictators het internet verafschuwen, zegt Adel Ghobbar. "Tijdens de revolutie in ons land probeerde Kaddafi de lijnen ook af te sluiten. Maar via satellieten ging het internetverkeer toch door.

CNN en Al Jazeera toonden foto’s en filmpjes die door gewone Libiërs de wereld in waren gestuurd. De mensen in Syrië weten dat het ons de overwinning heeft gebracht en zullen er alles aan doen om het middel ook in te zetten. De Arabische mensen leren van elkaars revolutie."

Alles over de Arabische Lente in ons dossier