STRAATSBURG – Europarlementariër Marietje Schaake gaat een parlementair onderzoek van het Europees Parlement naar internetvrijheid leiden.

Het werk moet uitmonden in een resolutie om burgerrechten veilig te stellen.

Het rapport moet vorm geven aan het buitenlandbeleid van de Europese Unie op het gebied van internet. Centraal staat daarbij de vraag welke invloed technologie heeft op burgerrechten.

De D66-politica heeft als ‘rapporteur’ van het Europees Parlement de leiding. Nog niet eerder ontwikkelde de EU een buitenlandbeleid rond het internet.

Europese aanpak

Volgens Schaake, die al langer opkomt voor digitale rechten, is het belangrijk om een buitenlandbeleid rond internet te ontwikkelen. Het rapport zal zoveel mogelijk aspecten van internet en technologie omvatten.

De Europarlementariër denkt daarbij onder andere aan handel, mensenrechten, ontwikkeling en veiligheid. Ze wil ook een aantal concrete suggesties doen voor zowel bedrijven als overheden om enerzijds de mogelijkheden met behulp van technologie te vergroten, alsook gevaren te beperken.

Intranet

"Het internet in Iran en China is feitelijk al 'intranet' geworden; 100 procent gecontroleerd en gecensureerd door de overheid. Daarmee zitten internetgebruikers de facto in een parallel universum", zeg Schaake tegenover NU.nl.

"Helaas lijkt het er wel eens op alsof regimes die onderdrukken ambitieuzer zijn technologieën in te zetten dan de gemiddelde Europese politicus. Hier is nog een wereld te winnen.”

Maandag pleitte kamerlid Arjan El Fassed van GroenLinks voor een vergunningsstelsel voor aftaptechnologie naar landen waar mensenrechten onder druk staan, omdat het wachten op Europese regelgeving te lang duurt. Een gecoördineerd beleid zou dat moeten oplossen.

Essentiële rol

Schaake erkent dat internet grensoverschrijdend is en dus voor een groot deel buiten Europa plaats vindt. Maar ze is stellig dat Europa een centrale rol speelt. “In die verbonden wereld is Europa, als gemeenschappelijke markt en gemeenschap van waarden, een essentiële wereldspeler. Daar hoort een ambitieus internet-vrijheidsbeleid bij”, stelt ze dan ook.

Schaake wijst op de urgentie van een alomvattende Europese aanpak. Regeringen in sommige landen beperken de toegang tot het internet of censureren informatie voordat burgers goed en wel online kunnen. “De geloofwaardigheid van de EU zelf is essentieel om een effectief buitenlandbeleid te voeren.”

Het onderzoek en het maken van het rapport zal zeker een half jaar in beslag nemen. Na de afronding buigen naast de commissie buitenlandse zaken naar verwachting ook de commissies voor internationale handel en burgerlijke vrijheden in de EU zich over het rapport.