DEN HAAG - Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) heeft een streep gehaald door de tarieven die aanbieders van mobiele telefonie bij elkaar in rekening mogen brengen.

Het CBb meldde woensdag dat toezichthouder OPTA vóór 1 januari een nieuw besluit moet nemen.

OPTA zei woensdag het vonnis nog te bestuderen. Tien telecommaatschappijen hadden de zaak aangespannen.

Het vonnis houdt in dat ze voor de mobiele gesprekken na 1 september volgend jaar een hoger tarief mogen vragen dan OPTA had bepaald. Het tarief wordt dan niet verlaagd van 2,7 cent per minuut naar 1,2 cent, maar naar 2,4 cent.

'Gastgebruik'

Het gaat om het afgiftetarief, dat van toepassing is, als een klant van een maatschappij belt met een klant van een andere maatschappij. De maatschappijen betalen elkaar dan een vergoeding voor het 'gastgebruik' van het netwerk van de klant die gebeld wordt. Ook KPN en Vodafone zeggen het vonnis nog te bestuderen.

Het vonnis lijkt nauwelijks gevolgen te hebben voor de gewone consument, zegt Nico van Eijk, hoogleraar telecommunicatierecht aan de Universiteit van Amsterdam. Hij noemt het ''winst'' dat nu voor de bedrijven meer duidelijkheid ontstaat over de tarieven, na jaren van onzekerheid.