AMSTERDAM – Het internet en dan specifiek zoekmachines als Google beïnvloedt het geheugen. Mensen kunnen zich dingen minder snel herinneren en zijn eerder geneigd ze op te zoeken.

Dat concluderen onderzoekers van verschillende vooraanstaande Amerikaanse universiteiten.

Omdat mensen steeds beter dingen kunnen opzoeken via bijvoorbeeld Google zijn ze minder snel geneigd zich dingen te herinneren als iemand een moeilijke vraag stelt.

Men denkt dan eerder aan hoe ze aan de gevraagde informatie kunnen komen dan dat ze bij zichzelf nagaan of ze het antwoord al weten. “Het internet is onze primaire vorm van extern geheugen geworden.”

Experimenten

De onderzoekers hebben verschillende geheugenexperimenten uitgevoerd. De respondenten werd gevraagd een zoekopdracht op het internet in te voeren. Vervolgens vroegen de onderzoekers of de deelnemers dachten dat de informatie opgeslagen zou worden op de computer.

Ongeveer de helft dacht dat de resultaten en de zoekopdracht later terug te vinden zouden zijn, terwijl de andere helft dacht dat alles gewist zou worden. De personen die er vertrouwen in hadden dat de informatie later gemakkelijk opvraagbaar zou zijn, waren minder geneigd de informatie zelf te onthouden.

Locatie

Een tweede experiment bestond uit de vraag welke landen een vlag hebben met één kleur. De deelnemers mochten het antwoord opzoeken en werd gevraagd het antwoord zelf te onthouden, maar ook de locatie waar het gevonden was.

De onderzoekers concluderen vervolgens dat mensen de plek op het internet waar de informatie gevonden werd beter onthouden dan de informatie zelf.

Transactive memory

Het principe dat de bewuste informatie niet onthouden wordt, wordt het transactive memory genoemd. Dit gebeurt ook in een groep. Niet iedereen in de groep onthoudt dezelfde informatie, het brein maakt een afweging welke informatie welke persoon misschien al weet en probeert de rest zelf te onthouden.

Omdat het internet de opgezochte informatie zonder veel problemen kon achterhalen, slaat het brein de gevonden informatie dus minder goed op. “Het geheugen past zich aan nieuwe communicatietechnologieën aan”, aldus de onderzoekers.