AMSTERDAM – De Nederlandse regering ziet toegang tot internet niet als primaire levensbehoefte en is niet van plan regels over het van het internet afsluiten van personen aan te scherpen.

Dat blijkt uit een nota over de Telecommunicatiewet.

De PvdA vroeg Maxime Verhagen, de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, of de regering vindt dat toegang tot internet in de huidige informatiemaatschappij van vrijwel gelijke betekenis is als beschikbaarheid van elektriciteit.

Daarnaast vroeg de partij of de regering bereid is vergelijkbare waarborgen op te nemen in de Telecommunicatiewet als nu gelden voor de beschikbaarheid van elektriciteit. Nederlandse burgers kunnen namelijk in sommige gevallen niet zomaar worden afgesloten van elektriciteit.

'Niet wenselijk'

Volgens Verhagen is het echter ‘niet wenselijk’ aanbieders te verbieden om gebruikers van het internet af te sluiten als de rekening niet betaald wordt. “De beschikbaarheid van internet is weliswaar belangrijk, maar toch minder essentieel voor het dagelijks functioneren dan elektriciteit.”

“Huishoudens en bedrijven kunnen immers niet goed functioneren zonder elektriciteit, omdat het dan niet goed mogelijk is om te voorzien in primaire levensbehoeften zoals voedsel en warmte. Toegang tot internet is geen primaire levensbehoefte en blijft ook mogelijk zonder eigen aansluiting”, meent Verhagen.

CDA wilde daarnaast van de minister weten of de regering regels op het gebied van internettoegang in de toekomst wel noodzakelijk acht. De regering vindt echter dat de consument al voldoende beschermd wordt.

Blokkeren

Volgens de PvdA verhoudt de overtuiging van de regering dat het internet vrij en open moet zijn, zich niet tot de mogelijkheid voor aanbieders om bepaalde diensten en toepassingen te blokkeren. De partij wil dat de minister in de wet regelt dat het aanbieders verboden wordt diensten te blokkeren.

Verhagen vindt dat de vraag is of er extra wetgeving nodig is om het internet open en vrij te houden. Hij denkt van niet. “Er wordt al van aanbieders geëist dat ze informatie over eventuele beperkingen voor de toegang tot of het gebruik van diensten aan de regering verstrekken.” Dat zou volgens de minister voldoende zijn om de praktijken te kunnen controleren.

“De huidige transparantie is op dit moment proportioneel en effectief”, schrijft de minister. “Bovendien biedt de huidige concurrerende markt in combinatie met transparantie voldoende waarborg voor een vrij en open internet.”