HILVERSUM - Regionale omroepen komen bij rampen vaker internetcapaciteit tekort. Om te voorkomen dat websites van regionale omroepen overbelast raken bij calamiteiten, proberen de rampenzenders gezamenlijk hun capaciteit op internet te vergroten.

Dit zei directeur Gerard Schuiteman van de koepelorganisatie ROOS (Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking) maandag.

Naar aanleiding van de chemiebrand in Moerdijk onderzoeken regionale omroepen de mogelijkheden om bij elkaar extra internetcapaciteit te lenen als zich een ramp voordoet.

''Omroep Brabant kan dan bij overbelasting van de website bijvoorbeeld aankloppen bij RTV Utrecht als die capaciteit over heeft. Dat klinkt logisch, maar is technisch wel erg complex'', zegt Schuiteman.

Radio niet toereikend

ROOS wil dat de landelijke overheid allereerst erkent dat alleen het medium radio bij rampen niet toereikend is en dat een rampenzender net zo goed via internet en televisie burgers dient te informeren.

Wettelijk is alleen de regionale radio aangewezen als rampenzender. Binnenkort volgt hierover een gesprek tussen ROOS en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook wordt de kwestie besproken met minister Marja van Bijsterveldt van Media.

Voorbeelden

Schuiteman heeft tal van voorbeelden van incidenten waarbij de websites van regionale omroepen het grote aantal bezoekers niet aankonden. In november 2009 bezweek de website van Omroep Fryslân nadat in het Friese dorp Dronrijp salpeterzuur ontsnapte uit een transportwagen bij een kaasfabriek.

Tijdens de chemiebrand in Moerdijk moest de regionale omroep Rijnmond terugvallen op een noodsite zonder video- en audiomateriaal om het grote aantal bezoekers te verwerken. De website van Omroep Brabant werd volgens Schuiteman erg traag tijdens de brand in Moerdijk op woensdag 5 januari.

Schuiteman: ''We moeten met de overheid overeenstemming zien te bereiken dat radio niet afdoende werkt als rampenzender en dat deze wettelijke taak van regionale omroepen moet worden uitgebreid met internet en televisie. Internet is immers een hedendaags medium. Als de overheid dat erkent, kunnen we samen kijken hoe we er op een goede manier uitvoering aan kunnen geven.''