AMSTERDAM – Het ministerie van Veiligheid en Justitie is niet van plan een ‘do not track’-voorziening aan te bieden aan Nederlanders. Het aanbieden van de mogelijkheid je uit te schrijven voor gerichte advertenties op internet is volgens staatssecretaris Fred Teeven onmogelijk en niet wenselijk.

Dat blijk uit antwoorden van Teeven op Kamervragen van Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen (SP).

Voor ‘reclame’ via de telefoon bestaat het bel-me-niet belregister. Gesthuizen vroeg zich af of het ministerie ook overweegt advertenties aan de hand van internetactiviteiten aan banden te leggen.

Landsgrenzen

Teeven ziet daar niets in. Volgens hem is een dergelijk systeem moeilijk te realiseren omdat het landsgrenzen overschrijdt. Bovendien zou de wet niet worden overtreden dus is verder onderzoek niet noodzakelijk.

Adverteerders kunnen via activiteiten van internetters een soort profiel aanmaken, ook worden gegevens over de software en hardware van die persoon gebruikt om bepaalde advertenties relevanter te maken. Als internetters van deze activiteiten op de hoogte worden gesteld is het volgens de wet niet strafbaar.

Verschillende browsers werken inmiddels al aan een ‘do not track’-functie in de browser om ervoor te zorgen dat gebruikers geen reclames meer krijgen op basis van persoonlijke gegevens.

CBP

“Als bij het vergaren van informatie sprake is van het verwerken van persoonsgegevens, is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing en heeft de Nederlandse burgers de rechten die uit deze wet voortvloeien”, aldus Teeven.

Hij verwijst mensen met klachten door naar het CBP (het College Bescherming Persoonsgegevens). Het CBP heeft aan de staatssecretaris laten weten dat het onderwerp ‘profiling’ hoog op de agenda staat.