AMSTERDAM – Nederlandse opsporingsdiensten hebben in 2010 2,6 miljoen keer het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) geraadpleegd. Dat is minder dan in 2009, het aantal antwoorden steeg echter.

Dat is woensdag bekend geworden nadat onderzoeksjournalist Rejo Zenger cijfers over het CIOT onder ogen kreeg via het ministerie van Veiligheid en Justitie (pdf).

In 2009 werd het CIOT nog zo’n drie miljoen keer geraadpleegd. Het aantal aanvragen is dus licht gedaald. Zes jaar geleden werd nog ‘slechts’ 1 miljoen keer een aanvraag ingediend bij het CIOT.

Antwoorden

Het aantal antwoorden steeg in 2010 echter met 14 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. In 2010 werd 3,8 miljoen keer geantwoord op een verzoek.

Dat het aantal antwoorden hoger uitpakt dan het aantal verzoeken komt doordat er soms meerdere antwoorden mogelijk zijn op één vraag. Op de vraag: welke klantgegevens heeft persoon A? kunnen de antwoorden: Persoon A. belt met dit nummer en Persoon A. surft onder dit ip-adres volgen.

Den Haag

De steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag deden het meeste aanvragen. Het verschil tussen regiopolitie Amsterdam-Amstelland (430.117) en Haaglanden (414.576) is erg klein. De politie in Rotterdam-Rijnmond volgt met 209.666.

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) zijn niet in het overzicht opgenomen.

In 2010 bleek uit een onderzoek binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie al dat Nederland Europees koploper is wat betreft het opvragen van bel-, sms-, en e-mailgegevens.