AMSTERDAM – Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) is bezig met een onderzoek naar de mogelijke privacyschending door opsporingsdiensten bij het opvragen van bel-, sms- en e-mailgegevens.

Dat bevestigt een woordvoerder van het CBP tegenover Webwereld.nl.

Er is al langer ophef over de hoeveelheid informatie die opsporingsdiensten uit het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) opvragen. Ook de controle op deze aanvragen staat ter discussie.

Regelgeving

In juli van dit jaar bleek uit intern onderzoek van het ministerie van Justitie dat de privacyregelgeving regelmatig door de opsporingsdiensten aan de laars gelapt wordt.

De opsporingsdiensten vragen drie miljoen keer per jaar klantgegevens op via het CIOT, waarmee Nederland koploper is in Europa.

Het gaat dan om gegevens als naam, adres, telefoonnummers, e-mail en ip-adressen. Het rapport van het ministerie liet zien dat opsporingsambtenaren het CIOT zonder bevoegdheid raadplegen.

Geen controle

De rechtmatigheid van de verzoeken tot informatie wordt bovendien niet gecontroleerd en er wordt onvoldoende documentatie aangelegd over het hele proces wanneer een opsporingsdienst gegevens uit het CIOT wil hebben.

Interessant is dat de opsporingsdiensten al eerder op de vingers zijn getikt. Veel van de problemen zijn in eerdere interne rapporten uit 2007 en 2008 al aan het licht gekomen.

Kamervragen

Aan de hand van het rapport stelde Tweede Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) al Kamervragen. Zij eiste opheldering. “Het gebruik van gegevens bij opsporing is van belang, maar de samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat dit rechtmatig en correct gebeurt.”

Het onderzoek van het CBP stond eigenlijk gepland voor 2009, maar is pas enkele maanden geleden ingezet. Het huidige onderzoek moet in de eerste helft van 2011 worden afgerond.