AMSTERDAM – Het Nederlandse ministerie van justitie kan niet zeggen in welke mate de bewaarplicht van telecomgegevens invloed heeft op de ontwikkeling van criminaliteit.

Dat blijkt uit een brief van Justitie aan de Europese Commissie. De EU-richtlijn bewaarplicht telecomgegevens wordt momenteel door de commissie geëvalueerd en alle EU-lidstaten is gevraagd duidelijkheid te geven over het nationale beleid.

Digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom (BoF) wist de Nederlandse inbreng te achterhalen en publiceert de brief in een blog. Duidelijk wordt dat in Nederland het effect van het opslaan en opvragen van telecomgegevens niet gemeten wordt.

Begin november werd duidelijk dat Nederlandse opsporingsdiensten in vergelijking met hun Europese collega’s vaker bel-, sms- en e-mailgegevens van burgers opvragen.

65 procent

In de donderdag geopenbaarde brief schrijft Justitie dat opgevraagde gegevens in 65 procent van alle onderzoeken gebruikt worden. Volgens de wet mogen deze gegevens echter alleen worden opgevraagd in het geval van specifiek onderzoek naar ernstig strafbare feiten en daarom zou dit percentage naar verwachting veel lager moeten liggen.

“We kunnen constateren dat Justitie geen beeld heeft van de effectiviteit van de bewaarplicht”, aldus BoF. “Bovendien wordt duidelijk dat Justitie geen beleid maakt op grond van gedegen analyse, maar op grond van een gevoel dat beschikbaarheid van informatie wel handig is.”

Evaluatie

De evaluatie die nu uitgevoerd wordt door de Europese Commissie moet duidelijk maken of het verplicht bewaren van de locatie en telecomgegevens van Europeanen in overeenstemming is met de digitale grondrechten.