AMSTERDAM – KPN weigert gegevens zoals naam, adres en woonplaats van klanten ouder dan drie maanden uit handen te geven aan het CIOT. Het bedrijf wil de verantwoordelijkheid zelf behouden. Ook andere telecombedrijven hebben bezwaar.

Dat schrijft onderzoeksjournalist Rejo Zenger op basis van brieven van KPN.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil dat het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) de zogeheten historische NAW-gegevens in een database gaat opslaan. Op die manier wil het ministerie direct toegang krijgen tot gegevens van bellende Nederlanders.

Geen controle

In de brieven schrijft KPN dat er geen sprake zal zijn van controle op de rechtmatigheid van de verzoeken tot raadpleging van de database. Juist rondom de rechtmatigheid van de verzoeken van opsporingsdiensten is de laatste tijd ophef ontstaan.

In juli dit jaar werd bekend dat Nederland top de top van Europa behoort wat betreft het afluisteren van telefoongesprekken en toen werd tevens duidelijk dat opsporingsdiensten privacyregels bij het opvragen van informatie uit het CIOT regelmatig negeren.

Donderdag kwam bovendien in de openbaarheid dat dezelfde opsporingsdiensten in vergelijking met hun Europese collega’s veel vaker bel-, sms- en e-mailgegevens van burgers opvragen. In 2009 werd dat zo’n drie miljoen keer gedaan.

Eigen systeem

KPN pleit ervoor zelf de raadpleging van de gegevens te centraliseren. Opsporingsdiensten zullen dan via een centrale dienst een aanvraag moeten doen, die doorgestuurd wordt naar de aanbieder, bijvoorbeeld KPN.

Het enige probleem is dat een dergelijke verandering in het systeem kosten met zich meebrengt, die KPN niet kan en wil betalen. Andere bedrijven laten ook weten geen extra investeringen te willen doen. Volgens de bedrijven moet de overheid zelf met geld over de brug komen.