AMSTERDAM – Eind 2011 zullen de resultaten van een onderzoek naar het aantal internet- en telefoontaps in Nederland gepresenteerd worden.

Dat schrijft minister Hirsch Ballin (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer.

Het onderzoek zal in oktober van dit jaar starten en zal zich richten op het aantal taps vergeleken met andere Westerse landen en het gebruik van de tap in het algemeen. Tevens wordt gekeken naar de redenen waarom en de wijze waarop opsporingsdiensten verzoeken tot dergelijke taps en op welke gronden een dergelijke machtiging verleend kan worden.

Meerderheid

In 2009 kondigde Hirsch Ballin het onderzoek aan en kwam daarmee tegemoet aan de wens van een meerderheid van de Tweede Kamer. In 2009 bleken er namelijk 26.425 telefoonnummers te zijn afgeluisterd waarvan 90 procent mobiele telefoonnummers waren.
Het aantal taps is veel hoger dan in buurlanden en de Kamer vroeg om opheldering.

Er wordt op verzoek van de Kamer ook gekeken naar het feit of mensen die afgeluisterd zijn of waarvan hun internetverkeer in de gaten is gehouden, achteraf wel ingelicht worden over de aftappraktijken. Dat is wettelijk verplicht.

Verschil

Zoals aangegeven zal ook het verschil met het aantal taps in landen als België en Duitsland worden onderzocht, maar Hirsch Ballin blijft over een vergelijking terughoudend.

Zo schrijft hij: “Cijfers uit verschillende landen zijn moeilijk te vergelijken. Enerzijds omdat de rechtsstelsel te veel van elkaar verschillen en anderzijds omdat de cijfers afkomstig zijn uit verschillende bronnen.”

Internettaps

Het onderzoek, uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), zal ook kijken naar de explosieve groei van het aantal taps.

Begin 2011 zal bovendien voor het eerst het aantal internettaps bekendworden. Het ministerie meet deze taps pas sinds januari 2010. Hirsch Ballin heeft wel al aangegeven dat hij verwacht dat deze manier van 'afluisteren' de komende jaren zal toenemen.