AMSTERDAM – Nederlandse opsporingsdiensten lappen privacyregelgeving aan hun laars bij het opvragen van klantgegevens uit telecomdatabank CIOT.

Dat blijkt uit een analyse van digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom (BoF).

De organisatie bekeek een intern onderzoek van het ministerie van Justitie over het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT).

Controle ontoereikend

De conclusie van BoF is dat onrechtmatigheden niet verholpen worden omdat de controle ontoereikend is. De opsporingsdiensten zijn sinds 2008 wel regelmatig op de vingers getikt, maar zij nemen nog geen maatregelen om misstanden te voorkomen, aldus BoF.

De opsporingsdiensten vragen drie miljoen keer per jaar klantgegevens op via het CIOT. Het gaat dan om gegevens als naam, adres, telefoonnummers, e-mail en ip-adressen. Het rapport van het ministerie van Justitie laat nu zien dat opsporingsambtenaren het CIOT zonder bevoegdheid raadplegen.

De rechtmatigheid van de verzoeken tot informatie wordt bovendien niet gecontroleerd en er wordt onvoldoende documentatie aangelegd over het hele proces wanneer een opsporingsdienst gegevens uit het CIOT wil hebben.

Hoge prioriteit

Interessant is dat de opsporingsdiensten zoals gezegd al eerder op de vingers zijn getikt. Ze horen deze kritiek niet voor het eerst. Veel van de problemen zijn in eerdere interne rapporten uit 2007 en 2008 al aan het licht gekomen.

“Eerdere conclusies en aanbevelingen blijven dus onverkort van kracht en dienen naar onze mening met hoge prioriteit te worden aangepakt”, aldus de onderzoekers in het rapport. Axel Arnbak van BoF sluit zich bij deze conclusie aan en hoopt dat Tweede Kamerleden de minister van Justitie om opheldering zullen vragen.

'Gemakzucht onacceptabel'

“Deze structurele gemakzucht van de opsporingsdiensten is onacceptabel. Strenge aanbevelingen en kritiek vanuit de samenleving hebben al drie jaar vrijwel geen effect. Het ministerie van Justitie moet ingrijpen en de vrijheid en veiligheid van Nederlanders waarborgen”, aldus Arnbak.

De openbaarmaking van het rapport komt op het moment dat het ministerie bezig is met de vraag of de rol van het CIOT flink uitgebreid kan worden. Zo wil het ministerie de historische klantgegevens - alle gegevens van het afgelopen jaar - en alle verkeersgegeven – wie met wie op welk moment belt, sms’t en e-mailt en waar diegenen zich bevinden – centraal opvraagbaar maken.

'Geen uitbreiding'

BoF hoopt dat het ministerie van Justitie nu inziet dat de huidige problemen met het CIOT eerst moeten worden opgelost, voordat opsporingsdiensten via het CIOT nog meer persoonlijke informatie kunnen inzien.

Arnbak verwacht dat er nu wel iets gaat gebeuren, omdat een dergelijk rapport voor het eerst openbaar is gemaakt. "Nu is pas voor iedereen duidelijk dat de opsporingsdiensten drie jaar privacyregels negeren", aldus Arnbak.

Misbruik

"Concreet komt het er op neer dat een agent al drie jaar lang ongemerkt kan checken of zijn vrouw twee mobieltjes heeft. Journalisten kunnen een bevriende agent vragen om het (e-mail)ares van een celebrity of van een politicus", gaat de BoF-medewerker verder.

"Veel Nederlanders komen op grote schaal in beeld van opsporingsdiensten en mogelijkerwijs wordt er op grote schaal misbruik gemaakt van een infrastructuur waarin alle Nederlanders zijn opgenomen. Een keer de fout in gaan kan gebeuren, maar dan dient er een beleidsverandering te volgen. Drie achtereenvolgende jaren niets doen, wekt de indruk dat men er lak aan heeft. Dat kan nu aan de kaak gesteld worden."