AMSTERDAM - Overheden moeten terughoudend zijn bij het investeren in de aanleg van glasvezel in woonwijken. De uitrol kan het beste aan de markt worden overgelaten, zo stellen de NMa en telecomtoezichthouder Opta.

Opta en de NMa gaan in een brief tegen het beleid van het ministerie van Economische Zaken in.

Kabelbedrijven en KPN doen volgens hen momenteel voldoende aan de invoering van breedband, waardoor het niet noodzakelijk is voor gemeenten om zelf te investeren in de aanleg van glasvezel.

Gemeenten hebben volgens Opta en NMa wel een grote rol binnen de uitrol van glasvezel, maar dan vooral op organisatorisch vlak.

Voorbeelden van dergelijke taken zijn het coördineren van graafwerkzaamheden en het verlenen van vergunningen.

Concurrentie

De instanties vrezen dat investeringen door gemeenten een smorende werking kunnen hebben op de concurrentie binnen dit segment. Volgens Opta en de NMa is "concurrentie in Nederland de drijvende kracht achter innovatie gebleken".

Zolang er geen sprake is van marktfalen moet de markt zelf het tempo bepalen, gedreven door de behoefte van de consument, zo is te lezen in de brief.

Taskforce

Staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken) lanceerde vorige week een taskforce breedband. Deze moet onderzoeken wat decentrale overheden kunnen doen om de uitrol van snel breedband mogelijk te maken.

Deze taskforce is een antwoord op de druk van de Tweede Kamer die wil dat de overheid meer vaart zet achter de aanleg van glasvezelnetwerken. De Kamerleden willen dat alle woningen in Nederland binnen een periode van vijf tot tien jaar toegang hebben tot glasvezel.

Voor 1 maart moet de taskforce met de eerste aanbevelingen komen.