TILBURG - De overheid schiet tekort in de bestrijding van cybercrime. Sterker nog, de overheid werkt die ook nog eens deels zelf in de hand door ''geen paal en perk te stellen'' aan de eigen informatiehonger en aan die van bedrijven.

Dat concludeert hoogleraar Recht en Informatisering Corien Prins in een interview met het blad Secondant (PDF) van het Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid. ''De huidige instituties zijn niet berekend op bestrijding van hightechcrime'', stelt ze.

Prins reageert kritisch op de campagne Veilig Internetten waarvoor minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin deze zomer de aftrap gaf. Er ligt volgens haar te veel de suggestie in deze campagne besloten dat burgers veilig internetten volledig zelf in de hand hebben.

''Het is goed dat de overheid op grote schaal informatie geeft over technologie en over de gevolgen van misbruik hiervan, want burgers zijn veel te naïef op dat vlak. Suggereren dat de oplossing bij de burger ligt, gaat echter veel te ver'', benadrukt de hoogleraar.

Beschermen

''De overheid heeft de plicht haar burgers te beschermen, ook tegen misbruik van nieuwe technologieën'', vindt Prins. ''Bovendien heeft de overheid zelf een aandeel in de kwetsbaarheid en dus aan het terugdringen ervan.''

Als voorbeelden dat de overheid digitaal persoonlijke gegevens van mensen opslaat, noemt ze het elektronisch kinddossier, het patiëntendossier en de OV-chipcard .

Prins: ''Wat betekent het als databestanden worden gekoppeld of door criminelen worden gekraakt? De kern van het probleem is dat we onvoldoende kritisch nadenken of we de berg informatie die wordt gecreëerd wel willen en hoe we informatie die werkelijk nodig is, goed kunnen beveiligen tegen criminelen.''

Slordig

Prins wijst er wel op dat ook burgers veel te slordig omspringen met hun persoonlijke gegevens. ''Mensen hebben geen idee wat er allemaal kan gebeuren met hun gegevens als criminelen er de hand op weten te leggen'', weet ze.

''Het is niet zo moeilijk via internet aanvullende informatie te vinden over iemand, zeker niet nu mensen zich massaal aansluiten bij netwerksites als Facebook en Hyves.'' Uiteindelijk is het dan ook vrij makkelijk om daardoor de identiteit van iemand anders aan te nemen en daarmee criminele activiteiten te ontplooien.

WRR-rapport

Prins is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), en onderzoekt in die hoedanigheid hoe het gebruik van technologie de relatie tussen overheid en burger beïnvloedt. Een rapport daarover verschijnt volgend jaar.

Daarin wordt volgens Prins in ieder geval gesteld dat voor een goede aanpak van internetfraude ook institutionele veranderingen nodig zijn. "Cybercrime is allesomvattend en beïnvloedt de organisatie van de samenleving," zegt ze.

"De huidige instituties zijn niet berekend op bestrijding van hightech crime. Overal liggen deeltjes van de informatie, van de bevoegdheden en van de verantwoordelijkheden."